ECLI:NL:RBZWB:2023:3894

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 juni 2023
Publicatiedatum
7 juni 2023
Zaaknummer
09-032153-22 en 02-084577-23 (ter terechtzitting gevoegd)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
  • Bogaert
  • Combee
  • Van Triest
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 47 SrArt. 77a SrArt. 77g SrArt. 77i Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Jeugddetentie en werkstraf voor dwang, afpersing en medeplegen oplichting

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 6 juni 2023 de strafzaak tegen een minderjarige verdachte die werd beschuldigd van meerdere strafbare feiten, waaronder dwang en afpersing van een kwetsbare jongen met ASS en medeplegen van oplichting bij de Jumbo supermarkt.

De rechtbank achtte bewezen dat de verdachte tussen mei 2021 en februari 2022 de benadeelde jongen onder bedreiging van geweld en andere feitelijkheden had gedwongen tot het afgeven van grote geldbedragen, merkkleding en een duur horloge. Daarnaast werd bewezen verklaard dat de verdachte in januari en februari 2023 samen met anderen boodschappen bestelde bij de Jumbo onder valse namen en deze niet betaalde, waarbij hij op heterdaad werd aangehouden.

De verdediging ontkende de feiten en stelde dat verdachte slechts geld had ontvangen voor diensten en zich had laten gebruiken door anderen. De rechtbank verwierp deze verweren op basis van verklaringen, aangetroffen goederen en digitale bewijzen zoals berichten op Discord en appgesprekken.

De rechtbank legde een jeugddetentie van 79 dagen op, waarvan 60 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een werkstraf van 80 uur, vervangbaar door 40 dagen jeugddetentie. Daarnaast werd een schadevergoeding van €5.500,- aan de benadeelde jongen en €622,40 aan de supermarkt toegewezen. De verdachte moet meewerken aan een persoonlijkheidsonderzoek en hulpverlening, met een sanctie van twee maanden jeugddetentie bij weigering.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 79 dagen jeugddetentie waarvan 60 voorwaardelijk en 80 uur werkstraf wegens dwang, afpersing en medeplegen oplichting.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team jeugd
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 09-032153-22 en 02-084577-23 (ter terechtzitting gevoegd)
vonnis van de meervoudige kamer van 6 juni 2023
in de strafzaak tegen de minderjarige
[verdachte01] ,
geboren op [geboortedatum01] 2007 te [geboorteplaats01] ,
wonende te [adres01] , [postcode01] [woonplaats01] ,
raadsvrouw mr. L. Windhorst, advocaat te Den Haag.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld met gesloten deuren op de zitting van 23 mei 2023, waarbij de officier van justitie, mr. R.M.A. in ‘t Veld, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
Ter zitting zijn overeenkomstig artikel 285 van Pro het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
09-032153-22
feit 1: in de periode van 1 mei 2021 tot en met 31 oktober 2021 [slachtoffer01] heeft opgelicht, dan wel wederrechtelijk heeft gedwongen door bedreiging om grote geldbedragen en goederen af te geven;
feit 2: in de periode van 1 oktober 2021 tot en met 6 februari 2022 [slachtoffer01] onder bedreiging van geweld heeft gedwongen om grote geldbedragen en goederen aan hem te geven;
02-084577-23
in de periode van 21 januari 2023 tot en met 9 februari 2023 samen met een ander of anderen de Jumbo heeft opgelicht door onder een valse naam boodschappen te bestellen en deze niet te betalen, dan wel dat hij hier behulpzaam bij is geweest.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
09-032153-22
Feit 1:
De officier van justitie acht dit feit niet wettig en overtuigend bewezen en verzoekt verdachte van dit feit vrij te spreken.
Feit 2:
De officier van justitie acht dit feit wettig en overtuigend bewezen en wijst daarbij op de aangifte, op de verklaring die verdachte bij de politie heeft afgelegd, op de (bedreigende) berichten op Discord en op het feit dat de goederen die de aangever noemt, zijn aangetroffen bij de doorzoeking die bij verdachte thuis heeft plaatsgevonden.
02-084577-23
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich op 21 januari 2023, 30 januari 2023 en op 9 februari 2023 als medepleger schuldig heeft gemaakt aan oplichting van de Jumbo. Hij is op deze bewuste dagen herkend door de boodschappenbezorger en daarbij is hij op 9 februari 2023 op heterdaad aangehouden door de politie. Daarbij heeft verdachte aangegeven dat hij dit in opdracht moest doen van iemand anders. De officier van justitie verzoekt verdachte partieel vrij te spreken van de overige bestellingen die in die periode zijn gedaan/bezorgd, aangezien hij hier niet herkend is door de boodschappenbezorgers en uit het dossier verder niet kan worden afgeleid dat verdachte hierbij betrokken is geweest.
4.2
Het standpunt van de verdediging
09-032153-22
De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van beide feiten en wijst daarbij op de ontkennende verklaring van verdachte ter zitting. Verdachte heeft het Roblox-account van aangever terug gehackt en in ruil daarvoor betaalde aangever een bedrag aan verdachte. Verdachte heeft alleen geld gekregen voor verrichte diensten en dat is geen oplichting. Verdachte heeft aangegeven dat de berichten op Discord aan aangever niet door hem zijn verstuurd. De bij hem thuis aangetroffen schoenen waren van verdachte.
02-084577-23
De verdediging is van mening dat de rechtbank ook niet tot een bewezenverklaring kan komen van dit feit en wijst daarbij op de verklaring van verdachte ter zitting, waarin hij aangeeft dat ene [naam01] aan hem heeft gevraagd om de boodschappen voor zijn vader op te halen. Verdachte heeft zich voor het karretje laten spannen. Hij heeft zich laten gebruiken door iemand anders die dit allemaal heeft geregeld. Van (medeplegen van) oplichting is in de ogen van de verdediging geen sprake, wat betekent dat verdachte ook van dit feit moet worden vrijgesproken.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
4.3.2
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
09-032153-22
Feit 1:
Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat verdachte en [slachtoffer01] elkaar online hebben leren kennen bij het spelen van Roblox. [slachtoffer01] beschouwde verdachte als een vriend. Nadat [slachtoffer01] aan verdachte vertelde dat zijn Roblox-account was gehackt, heeft verdachte aangegeven dat hij dit account kon terughacken voor een bedrag van 500 euro. [slachtoffer01] heeft dit bedrag aan verdachte betaald en zijn account teruggekregen. Hoewel dit door [slachtoffer01] te betalen bedrag in de ogen van de rechtbank een absurd hoog bedrag was, kan zij op basis van het dossier niet vaststellen dat er bij deze wederdienst sprake was van oplichting. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte ervan op de hoogte was dat [slachtoffer01] een zwakbegaafde jongen met ASS is. De rechtbank is, anders dan de officier van justitie en de verdediging, van mening dat verdachte zich vervolgens wel degelijk schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit, namelijk het onder druk zetten van [slachtoffer01] om hem geld en goederen afhandig te maken zoals onder feit 1 subsidiair ten laste is gelegd. Blijkbaar heeft verdachte uit de eerdere gang van zaken geconstateerd dat [slachtoffer01] over veel geld beschikte en dat zijn Roblox-account heel belangrijk voor hem was. [slachtoffer01] is vervolgens bedreigd met een andere feitelijkheid, namelijk dat hij zijn account of zijn inloggegevens van Roblox zou kwijtraken als hij niet voldeed aan de eisen van verdachte. [slachtoffer01] heeft tweemaal 1000 euro moeten betalen aan verdachte om zijn account terug te krijgen en merkschoenen en dure jassen aan verdachte moeten geven. [slachtoffer01] moest op enig moment telkens als hij het spel Roblox wilde spelen zijn inloggevens aan verdachte vragen. Verdachte zette [slachtoffer01] daarmee onder druk. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich in de periode van 1 mei 2021 tot en met 31 oktober 2021 schuldig heeft gemaakt aan het dwingen van [slachtoffer01] om grote contante geldbedragen en dure goederen af te staan aan verdachte. De ontkennende verklaring van verdachte ter zitting, inhoudende dat er geen sprake zou zijn geweest van dwang en hij geen goederen of geld zou hebben gekregen, acht de rechtbank ongeloofwaardig, temeer nu hij bij de politie en de rechter-commissaris wel heeft toegegeven dat hij goederen van [slachtoffer01] heeft ontvangen en bij een huiszoeking in de woning van verdachte de schoenen en een jas die [slachtoffer01] hem heeft gegeven werden aangetroffen.
Feit 2:
Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat verdachte zich in de periode van 1 oktober 2021 tot en met 6 februari 2022 schuldig heeft gemaakt aan het afpersen van [slachtoffer01] . Verdachte heeft [slachtoffer01] afgeperst door hem via Discord bedreigende berichten te sturen, waaronder dat hij of drugsdealers achter [slachtoffer01] aan zouden komen, dat verdachte hem zou pakken of dat er bij een vriend van [slachtoffer01] al zijn tanden uit zijn mond geslagen zouden worden als [slachtoffer01] niet zou betalen aan verdachte. Toen [slachtoffer01] op een gegeven moment niet meer kon betalen, is verdachte spullen gaan eisen. [slachtoffer01] moest vervolgens een flesje parfum en een (duur) Rolex-horloge van zijn moeder afstaan aan verdachte. De ontkennende verklaring van verdachte, alsmede zijn verklaring dat de berichten aan [slachtoffer01] van Discord niet van hem afkomstig zijn, acht de rechtbank ongeloofwaardig, te meer nu hij op heterdaad werd aangehouden op het moment dat [slachtoffer01] hem, nadat daarover op voorhand afspraken waren gemaakt, een envelop (waarin 4.000 euro zou moeten zitten) overhandigde en verdachte hem in ruil daarvoor een Rolex-horloge van de moeder van [slachtoffer01] teruggaf. Ook [naam02] bevestigt de verklaring van [slachtoffer01] dat deze geld heeft moeten geven aan verdachte en dat verdachte [slachtoffer01] bang maakte met wat hij zei.
02-084577-23
Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat verdachte als medepleger betrokken is geweest bij het oplichten van de Jumbo (te Middelburg). Er zijn in de periode van 19 januari tot en met 9 februari 2023 meerdere keren online boodschappen bij de Jumbo besteld, waarbij in veel gevallen dezelfde straat in Goes als bezorgadres werd doorgegeven. Op het moment dat de bezorger aan kwam rijden in de straat, werd deze opgewacht door een jongen die de boodschappen buiten in ontvangst nam met de reden dat een gezinslid corona zou hebben. Er is vervolgens aan de bezorger verzocht om aan de ontvanger een betaalverzoek te sturen. Deze betaalverzoeken werden vervolgens niet voldaan.
Verdachte is op 9 februari 2023 op heterdaad aangehouden en de bezorger van de boodschappen heeft verdachte ook herkend als zijnde de jongen die de boodschappen heeft aangenomen.
Aan de bezorger van 21 januari 2023 is tevens een foto getoond van verdachte en ook hij herkent verdachte zonder twijfel als degene die de boodschappen die dag in ontvangst heeft genomen. Daarbij komt dat in de telefoon van verdachte een appgesprek van 21 januari 2023 is aangetroffen waarin hij instructies krijgt, onder meer over wat hij moet zeggen tegen de bezorger van de Jumbo. De naam die in die notitie genoemd wordt, komt overeen met de (valse) naam waarop de bestelling bij de Jumbo is geplaatst.
Verdachte is tevens herkend door de boodschappenbezorger van 3 februari 2023. Daarbij komt dat de straat waarbij de boodschappen moesten worden bezorgd, overeenkomt met de bestellingen die op 21 januari 2023 en 9 februari 2023 zijn gedaan.
De bezorger van 30 januari 2023 herkent verdachte aan zijn uiterlijk en geeft aan dat goed zou kunnen dat hij de jongen was die de boodschappen heeft aangenomen. Ook hier komt de straat van het bezorgadres overeen met alle voormelde bestellingen. Daarbij neemt de rechtbank ook mee dat in alle voornoemde gevallen er voor ongeveer hetzelfde bedrag aan boodschappen is besteld, namelijk voor ongeveer 200 euro en dat ook de producten van de bestellingen vergelijkbaar waren.
De rechtbank acht op basis van deze bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich op 21 januari 2023, 30 januari 2023, 3 februari 2023 en op 9 februari 2023 op voornoemde wijze mede schuldig heeft gemaakt aan oplichting van de Jumbo. Dat er van medeplegen sprake is, leidt de rechtbank af uit de notitie in de telefoon van verdachte waarin hij van een ander instructies krijgt en uit het feit dat hij niet bij iedere oplichting betrokken lijkt te zijn. Een ander of anderen moeten zich dus ook met deze praktijken bezig houden. De verklaring van verdachte ter zitting dat hij dit enkel op 9 februari 2023 voor ene [naam01] moest doen, van wie verdere gegevens niet bekend zijn, en dat hij niet wist wat er precies zou gaan gebeuren, acht de rechtbank in het licht van voornoemde bewijsmiddelen ongeloofwaardig. Verdachte is immers herkend door meerdere bezorgers en heeft dus op verschillende momenten onder verschillende namen in dezelfde straat boodschappen in ontvangst genomen op deze wijze. De rechtbank zal verdachte partieel vrijspreken van de overige bestellingen die binnen de tenlastegelegde periode zijn gedaan, nu het dossier onvoldoende blijkt dat verdachte daarbij betrokken is geweest.
4.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
09-032153-22
Feit 1 subsidiair:
in de periode van 01 mei 2021 t/m 31 oktober 2021 in Nederland [slachtoffer01] , door bedreiging met enige andere feitelijkheid gericht tegen die
[slachtoffer01], wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, te weten het betalen van meerdere (grote) (contante) geldbedragen en
het afgeven vanmeerdere goederen waaronder schoenen en meerdere jassen (merk: Armani en Gucci), door door tegen voornoemde [slachtoffer01] te zeggen dat hij, verdachte, een speciale box
moest kopen om het Roblox-account van voornoemde [slachtoffer01] terug te kunnen
krijgen en het aan het Roblox-account van voornoemde [slachtoffer01] gekoppelde emailadres te wijzigen in het emailadres/account van verdachte waardoor voornoemde [slachtoffer01] steeds om zijn eigen inlogcodes moest vragen en hiervoor geld en/of goederen moest betalen/geven aan verdachte.
Feit 2:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2021 tot en
met 6 februari 2022 in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen
door bedreiging met geweld [slachtoffer01] heeft gedwongen tot de afgifte van meerdere (grote) geldbedragen en een horloge (merk: Rolex) en een flesje parfum die geheel aan [slachtoffer01] en/of zijn ouders toebehoorden door tegen voornoemde [slachtoffer01] te zeggen
- dat er drugsdealers achter hem aanzitten en
- dat hij, verdachte, hem zal pakken en
- dat hij, verdachte, naar een vriend van die [slachtoffer01] zal gaan en al zijn tanden
eruit zal slaan en
- dat het 1 kanker oorlog zal worden als voornoemde [slachtoffer01] het echte verhaal
tegen politie zou vertellen en
-(telkens) dat hij, [slachtoffer01] , nu geld moet overmaken en
- dat hij, [slachtoffer01] een kanker idioot is en
- dat hij, verdachte, in de kankertrein zit en (vervolgens) "laat me je niet opzoeken
in Ypenbrug, heb je dat begrepen?";
02-084577-23 primair
op meerdere tijdstippen in de periode van 21 januari 2023 tot en met 9 februari 2023 te Goes, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, de Jumbo (te Middelburg) (telkens) heeft bewogen tot de afgifte van diverse levensmiddelen, door kort en zakelijk weergegeven
- (telkens) onder een valse naam en/of met een vals opgemaakt gmailaccount via de
website van die Jumbo een bestelling van diverse levensmiddelen te plaatsen en/of
- (vervolgens) (telkens) bij het afleveren van voornoemde diverse levensmiddelen de
betreffende bezorger aan te spreken en tegen die bezorger te zeggen dat zijn,
verdachtes, vader en/of opa corona heeft/hebben en/of in quarantaine zit/zitten
en dat hij genoemde diverse levensmiddelen in ontvangst moet
nemen.
Ten gevolge van een kennelijke omissie in de tenlastelegging, is in de vijfde regel van het onder parketnummer
09-032153-22onder 4.4. opgenomen tenlastegelegde feit 1 weggevallen de woorden “het afgeven van”.
De rechtbank herstelt deze omissie en leest voormelde zinsnede zoals hiervoor is vermeld. Ook heeft de rechtbank voor de leesbaarheid de naam van aangever ingevuld. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een jeugddetentie van 49 dagen, waarvan 30 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de periode die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, met een proeftijd van twee jaar met daaraan gekoppeld, naast de algemene voorwaarden, de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming, te weten dat verdachte:
- meewerkt aan het behouden van een zinvolle dagbesteding (school en/of werk) en een zinvolle vrijetijdsbesteding;
- meewerkt aan aanvullende hulpverlening van Open Door of een soortgelijke instantie, gericht op het vergroten van zijn sociale vaardigheden, op het verkrijgen van een zinvolle vrijetijdsbesteding en op het aangaan van pro-sociale contacten, indien en zolang dit door de jeugdreclassering nodig wordt geacht;
- meewerkt aan de uitvoering van nadere diagnostiek/ een persoonlijkheidsonderzoek en aan de eventuele aanbevelingen die hieruit voortvloeien.
Naast voornoemde deels voorwaardelijke jeugddetentie verzoekt de officier van justitie verdachte tevens een werkstraf op te leggen van 80 uur, te vervangen door 40 dagen jeugddetentie.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt de rechtbank bij een eventuele veroordeling rekening te houden met de lange periode die verdachte al in voorarrest heeft gezeten en met het feit dat verdachte vervolgens een lange tijd huisarrest heeft gehad. Ook verzoekt de verdediging rekening te houden met de jonge leeftijd van verdachte. Indien verdachte niet wordt vrijgesproken van de feiten verzoekt de verdediging subsidiair om een straf op te leggen gelijk aan de periode die verdachte in voorarrest heeft verbleven en verder om die straf aan te vullen met een werkstraf. Meer subsidiair verzoekt de verdediging om, indien de rechtbank een stok achter de deur noodzakelijk vindt, een voorwaardelijke werkstraf te koppelen aan de proeftijd en om aan verdachte geen voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen. Tot slot verzoekt de verdediging de bijzondere voorwaarden te beperken. Verdachte is daarvoor niet gemotiveerd en staat niet open voor een persoonlijkheidsonderzoek.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en met de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en met de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich vanaf 1 mei 2021 tot en met 6 februari 2022 schuldig gemaakt aan dwang jegens en afpersing van [slachtoffer01] . [slachtoffer01] was door zijn persoonlijke problematiek een kwetsbare jongen, die verdachte als zijn vriend zag. Verdachte heeft van die situatie misbruik gemaakt door [slachtoffer01] onder dwang en onder bedreiging duizenden euro’s afhandig te maken. Toen [slachtoffer01] al zijn spaargeld (en zelfs nog meer dan dat) aan verdachte had gegeven, was dit nog niet genoeg voor verdachte en moest [slachtoffer01] dure spullen (die toebehoorden aan de gezinsleden van de aangever) aan verdachte overhandigen. Verdachte was alleen uit op geld en spullen en heeft zich niet bekommerd om wat de gevolgen hiervan zijn geweest voor [slachtoffer01] . Ook op zitting heeft verdachte geen enkele vorm van berouw getoond. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.
Daarnaast heeft verdachte zich begin 2023 schuldig gemaakt aan het medeplegen van oplichting van de Jumbo. Door hier bestellingen te doen, boodschappen in ontvangst te nemen en deze vervolgens niet te betalen, ontstaat er veel schade bij supermarkten, in dit geval bij de Jumbo. Deze gedragingen van verdachte hebben nadelige gevolgen voor de samenleving, omdat het vertrouwen van mensen in elkaar door dergelijke gedragingen afneemt en zij daardoor minder snel bereid zijn om elkaar te helpen. Ter terechtzitting heeft de verdachte geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn gedragingen. De rechtbank rekent verdachte ook dit aan.
De rechtbank heeft ook gekeken naar het strafblad van verdachte. Hieruit is gebleken dat hij niet eerder met justitie in aanraking is gekomen.
De rechtbank heeft verder acht geslagen op het advies van de Raad voor de Kinderbescherming en de toelichting van het adviesrapport ter zitting. De Raad voor de Kinderbescherming benadrukt dat een persoonlijkheidsonderzoek van verdachte noodzakelijk is. Er zijn grote zorgen over hem en het is noodzakelijk om inzicht te krijgen in zijn persoonlijkheid zodat een passende behandeling voor hem kan worden ingezet. Verdachte toont geen enkel inzicht in zijn eigen gedrag of enige motivatie om dit gedrag te verbeteren. Gelet daarop ziet de Raad voor de Kinderbescherming aanleiding om zijn eerder gegeven advies aan te passen, in die zin dat hij nu verzoekt om verdachte een (deels) voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen met een proeftijd van twee jaar met de voorwaarden zoals deze in het rapport zijn opgenomen. Een periode van twee jaar acht de Raad voor de Kinderbescherming noodzakelijk gezien de duur van het persoonlijkheidsonderzoek en de mogelijkheden om vervolgens passende hulpverlening voor verdachte in te zetten.
De jeugdreclassering heeft aangegeven dat zij instemmen met het advies van de Raad voor de Kinderbescherming. Ook de jeugdreclassering maakt zich grote zorgen over verdachte. Hij is bij veel rottigheid betrokken, gaat om met verkeerde jongens en was niet meer welkom op school. Hij zit inmiddels op het [school01] in Middelburg dagbesteding maar hiervoor is verdachte weinig gemotiveerd. Het lukt verdachte, na gesprekken hierover, om zijn gedrag daarna weer enige tijd in positieve zin aan te passen, maar vervolgens valt hij toch weer terug in oud, negatief gedrag. De negatieve proceshouding die verdachte vandaag ter zitting laat zien, is een houding die de jeugdreclassering herkent. Verdachte is bij vele negatieve dingen betrokken en bagatelliseert zijn rol, indien hij daarop wordt aangesproken.
De officier van justitie is bij zijn eis uitgegaan van een bewezenverklaring van twee feiten.
Nu de rechtbank drie feiten bewezen acht, legt zij een hogere straf op dan door de officier van justitie is gevorderd. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een forse waarschuwing op zijn plaats is. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ernstige en nare feiten en oordeelt het zeer van belang dat hij hulp krijgt om zijn negatieve gedrag aan te leren passen zodat hij zich daarna kan leren richten op een positieve toekomst met scholing, werk en een fijne vrijetijdsbesteding. De rechtbank zal verdachte opleggen een jeugddetentie van 79 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met aftrek van de periode die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht. Hierbij zal de rechtbank een proeftijd van twee jaar opleggen met daaraan gekoppeld, naast de algemene voorwaarden, de door de Raad voor de Kinderbescherming geadviseerde bijzondere voorwaarden dat verdachte:
- meewerkt aan het behouden van een zinvolle dagbesteding (school en/of werk) en aan een zinvolle vrijetijdsbesteding;
- meewerkt aan aanvullende hulpverlening van Open Door of van een soortgelijke instantie, gericht op het vergroten van zijn sociale vaardigheden, op het verkrijgen van een zinvolle vrijetijdsbesteding en op het aangaan van pro-sociale contacten, indien en zo lang dit door de jeugdreclassering nodig wordt geacht;
- meewerkt aan de uitvoering van nadere diagnostiek/ een persoonlijkheidsonderzoek en aan de eventuele aanbevelingen die hieruit voortvloeien.
Nu verdachte heeft aangegeven dat hij niet mee wenst te werken aan een persoonlijkheidsonderzoek en de rechtbank dit wel van groot belang acht, heeft de rechtbank een zware sanctie verbonden aan het niet meewerken hieraan, namelijk die van een jeugddetentie van twee maanden. De rechtbank hoopt dat dit verdachte ertoe zal bewegen toch mee te werken aan de noodzakelijk geachte diagnostiek. De rechtbank heeft deze voorwaardelijke sanctie ook opgelegd om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst weer strafbare feiten te plegen.
Tevens zal de rechtbank verdachte een werkstraf opleggen van 80 uur, te vervangen door 40 dagen jeugddetentie.

7.De benadeelde partij

09-032153-22
Feit 1 en 2
7.1
[slachtoffer01]
De benadeelde partij [slachtoffer01] vordert een schadevergoeding van € 9.555,- aan materiële schade (waarde afgegeven kleding, schoenen en geldbedragen).
7.1.1
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie merkt op dat de vordering niet is onderbouwd. Hij verzoekt de rechtbank gebruik te maken van diens schattingsbevoegdheid. Gezien het feit dat het hier dure goederen betreffen, verzoekt de officier van justitie de rechtbank deze schadepost vast te stellen op € 1.000,-. Voor wat betreft de contante geldbedragen gaat de officier van justitie, gelet op hetgeen hij bewezen acht, uit van een totaalbedrag van € 3.000,-. De officier van justitie verzoekt de rechtbank de vordering toe te wijzen tot een bedrag van
€ 4.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente. Tevens verzoekt de officier van justitie om de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
7.1.2
Standpunt verdediging
De verdediging verzoekt de vordering van de benadeelde partij af te wijzen nu zij vrijspraak heeft bepleit.
7.1.3
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de schadepost daar waar die ziet op de kleding en schoenen. Deze schadepost is niet onderbouwd met stukken, dus wat de exacte schade hieraan is, valt niet vast te stellen. Er is geen enkel aanknopingspunt op basis waarvan de rechtbank een schatting kan maken van de ouderdom en/of de waarde van deze goederen. Verdere behandeling van dit deel van de vordering levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op. Dit deel van de vordering kan eventueel bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
De rechtbank zal de gevorderde schadepost ten aanzien van de afgegeven geldbedragen wel toewijzen. De door de benadeelde gevorderde schadevergoeding acht de rechtbank toewijsbaar tot een bedrag van € 5.500,-, aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. De schade is een rechtstreeks gevolg van de bewezenverklaarde feiten.
De rechtbank zal daarbij de schadevergoedingsmaatregel opleggen. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen. De rechtbank zal geen vervangende gijzeling verbinden aan de schadevergoedingsmaatregel (aantal dagen 0). De rechtbank houdt daarbij rekening met de landelijke afspraken die hieromtrent zijn gemaakt ten aanzien van jeugdzaken en ziet geen aanleiding om in deze zaak van die afspraken af te wijken.
De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf het (einde van het) tijdstip waarop de feiten werden gepleegd, te weten vanaf 6 februari 2022.
7.2
[benadeelde partij01]
De [benadeelde partij01] , de moeder van [slachtoffer01] , vordert eveneens een schadevergoeding van € 9.555,- aan materiële schade (waarde afgegeven kleding, schoenen en geldbedragen).
De vordering moet worden afgewezen, nu een wettelijke grondslag daarvoor ontbreekt. Niet zij maar haar zoon is als benadeelde in strafrechtelijke zin aan te merken.
02-084577-23
7.3
[benadeelde partij02]
De [benadeelde partij02] vordert een schadevergoeding van
€ 2.378,77,- aan materiële schade (waarde van de bezorgde boodschappen).
7.3.1
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie acht bewezen dat verdachte op 3 verschillende data betrokken is geweest bij de oplichting van deze Jumbo, waarbij verdachte de derde keer, te weten op 9 februari 2023, is aangehouden waardoor het haast niet anders kan dan dat de boodschappen retour zijn gegaan naar de Jumbo. De officier van justitie verzoekt de vordering toe te wijzen tot een bedrag van € 431,60, vermeerderd met de wettelijke rente en tevens oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De officier van justitie verzoekt de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk te verklaren.
7.3.2
Standpunt verdediging
De verdediging verzoekt de vordering van de benadeelde partij af te wijzen nu zij vrijspraak heeft bepleit.
7.3.3
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte op vier verschillende data betrokken is geweest bij de oplichting van de benadeelde partij. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.
De door de benadeelde gevorderde schadevergoeding acht de rechtbank toewijsbaar tot een bedrag van € 622,40, aan materiële schade. De rechtbank gaat, net als de officier van justitie, uit van een daadwerkelijke afgifte van de boodschappen op de data 21 januari 2023, 30 januari 2023 en van geen afgifte op 3 februari 2023 en 9 februari 2023. De rechtbank zal voor laatstgenoemde data de schade voor de Jumbo schatten op de helft van het bedrag waarvoor besteld is, nu de rechtbank ervan uitgaat dat de Jumbo niet alle mee teruggenomen goederen opnieuw kan leveren aan klanten.
De schade staat in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit.
De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen. De rechtbank zal geen vervangende gijzeling verbinden aan de schadevergoedingsmaatregel (aantal dagen 0). De rechtbank houdt daarbij rekening met de landelijke afspraken die hieromtrent zijn gemaakt ten aanzien van jeugdzaken en ziet geen aanleiding om in deze zaak van die afspraken af te wijken.
De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met een ander of anderen heeft gepleegd. Verdachte en zijn medeverdachte(n) zijn naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien (een van zijn) medeverdachte(n) deze al heeft betaald, en andersom.
De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop de feiten werden gepleegd, dus voor het feit van 21 januari 2023 (€ 217,40) vanaf 21 januari 2023, voor het feit van 30 januari 2023 ( € 214,20) vanaf 30 januari 2023, voor het feit van 3 februari ( € 86,92) vanaf 3 februari 2023 en voor het feit van 9 februari 2023 (€ 103,88) vanaf 9 februari 2023.

8.Het beslag

09-032153-22
Feit 1
De teruggave
De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan [slachtoffer01] , omdat deze redelijkerwijs als rechthebbende ervan kan worden aangemerkt.

9.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 47, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 284, 317 en 326 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10.De beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
-
spreekt verdachte vrijvan het onder parketnummer 09-032153-22 primair tenlastegelegde feit 1;
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
09-032153-22
feit 1 subsidiair:een ander door bedreiging met een feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen
feit 2:afpersing
02-084577-23
primairmedeplegen van oplichting
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot
een jeugddetentie van 79 dagen, waarvan 60 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
- bepaalt dat deze jeugddetentie niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd na te melden voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt als
bijzondere voorwaardedat verdachte:
- meewerkt aan het behouden van een zinvolle dagbesteding (school en/of werk) en aan een zinvolle vrijetijdsbesteding;
- meewerkt aan aanvullende hulpverlening van Open Door of van een soortgelijke instantie, gericht op het vergroten van zijn sociale vaardigheden, op het verkrijgen van een zinvolle vrijetijdsbesteding en op het aangaan van pro sociale contacten, indien en zo lang dit door de jeugdreclassering nodig wordt geacht;
- meewerkt aan de uitvoering van nadere diagnostiek/ een persoonlijkheidsonderzoek en aan de eventuele aanbevelingen die hieruit voortvloeien.
- draagt Stichting Jeugdbescherming Brabant als gecertificeerde instelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarde;
Voorwaarden daarbij zijn:
* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;
* dat verdachte medewerking verleent aan het jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken en aan het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
- bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde jeugddetentie;
- veroordeelt verdachte tot
een werkstraf van 80 uren;
- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht,
vervangende jeugddetentiezal worden toegepast van
40 dagen;
Beslag
09-032153-22
Feit 1
- gelast de teruggave aan [slachtoffer01] van de voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst (bijlage III) zijn genummerd 1, 2 en 3;
Benadeelde partijen
09-032153-22
Feit 1 en 2
[slachtoffer01]
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer01] van € 5.500,-, aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 6 februari 2022 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het [slachtoffer01] (feiten 1 en 2), € 5.500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 6 februari 2022 tot aan de dag der voldoening.
- bepaalt dat bij niet betaling 0 (nul) dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
[benadeelde partij01]
- wijst de vordering van de [benadeelde partij01] af;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe op nihil;
02-084577-23
[benadeelde partij02]
- veroordeelt verdachte hoofdelijk, aldus dat als (een van) de mededader(s) betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij02] van € 622,40, aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente over € 217,40 vanaf 21 januari 2023, over € 214,20 vanaf 30 januari 2023, over € 86,92 vanaf 3 februari 2023 en € 103,88 vanaf 9 februari 2023 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- legt aan verdachte hoofdelijk, aldus dat als (een van) de mededader(s) betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het [benadeelde partij02] , € 622,40 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over € 217,40 vanaf 21 januari 2023, over € 214,20 vanaf 30 januari 2023, over € 86,92 vanaf 3 februari 2023 en over € 103,88 vanaf 9 februari 2023 tot aan de dag der voldoening.
- bepaalt dat bij niet betaling 0 (nul) dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
Voorlopige hechtenis
- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op;
Dit vonnis is gewezen door mr. Bogaert, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. Combee en mr. Van Triest, kinderrechters, in tegenwoordigheid van Rozendaal, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 6 juni 2023.
Mr. Van Triest is niet in staat dit vonnis mede te ondertekenen.