ECLI:NL:RBZWB:2023:3854
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen invordering verbeurde dwangsommen gemeente Rucphen
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rucphen tot invordering van verbeurde dwangsommen ter hoogte van €10.000,--. Deze dwangsommen zijn opgelegd wegens het niet tijdig verwijderen van een paardenbak en mestopslag op een campingperceel.
De voorzieningenrechter overweegt dat de last onder dwangsom onherroepelijk is en dat toezichthouders meerdere malen hebben geconstateerd dat niet aan de last is voldaan. Verzoekster betoogt dat zij tijdig aan de last heeft voldaan en dat het houden van paarden op de wei is toegestaan, maar dit betekent niet dat de paardenbak en mestopslag gedoogd moeten worden.
De voorzieningenrechter acht het niet evident dat de invordering in rechte geen stand zal houden. Ook is niet aannemelijk dat verzoekster de dwangsommen niet kan betalen of dat er sprake is van onverwijlde spoed die een voorlopige voorziening rechtvaardigt.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en is er geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de invordering van verbeurde dwangsommen wordt afgewezen.