Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[naam eiseres] , te [woonplaats eiseres] , eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar Ziektewetuitkering per 1 juni 2021 te beëindigen, omdat zij volgens het UWV meer dan 65% van haar loon kan verdienen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting verricht, waarbij eiseres en haar gemachtigde niet verschenen, maar het UWV zich heeft laten vertegenwoordigen.
De rechtbank oordeelt dat het UWV zorgvuldig heeft gehandeld en dat de belastbaarheid van eiseres juist is ingeschat. De artsen hielden rekening met haar klachten en er is geen bewijs dat zij meer beperkt is dan aangenomen. De FML van 27 februari 2021 vormt de basis voor de beoordeling, waaruit blijkt dat eiseres in staat is om werkzaamheden te verrichten die meer dan 65% van haar maatmaninkomen opleveren.
Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen omdat de termijn van minder dan twee jaar niet is overschreden. Het beroep wordt ongegrond verklaard, er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend en het griffierecht wordt niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.