Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
op 7 november 2021 te Tilburg tezamen en in vereniging met een ander, aan [slachtoffer01] opzettelijk
zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meer blijvende littekens in het gezicht heeft toegebracht, door voornoemde [slachtoffer01] met kracht( in het gezicht) te stompen en te duwen;
2. subsidiair:
op 7 november 2021 te Tilburg tezamen en in vereniging met een ander, aan [slachtoffer02] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken kaak en gebroken jukbeenderen en een gebroken neus (op drie plekken) en/of een schedelbreuk, heeft toegebracht, door voornoemde [slachtoffer02] meermalen met kracht) in het gezicht te stompen
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partijen
[slachtoffer01]vordert een schadevergoeding van
€ 5.699,16voor
feit 1, waarvan € 699,16 aan materiële schade en € 5.000,- aan immateriële schade.
€ 3.699,16,waarvan € 699,16 aan materiële schade en € 3.000,= aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 november 2021 tot aan de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer02]vordert een schadevergoeding van
€ 11.868,=voor
feit 2.
€ 5.203,=,waarvan € 203,= aan materiële schade en € 5.000,= aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 november 2021 tot aan de dag der algehele voldoening. De rechtbank heeft bij de bepaling van de hoogte van de immateriële schadevergoeding rekening gehouden met de ernst van het letsel en de bedragen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een taakstraf van 240 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
120 dagen;
een gevangenisstraf van 102 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
Benadeelde partijen
[slachtoffer01]van
€ 3.699,16,waarvan
€ 699,16aan materiële schade en
€ 3.000,=aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 november 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
(feit 1), € 3.699,16te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 november 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
46 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
[slachtoffer02]van
€ 5.203,=, waarvan
€ 203,=aan materiële schade en
€ 5.000,=aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 november 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
(feit 2), € 5.203,=te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 november 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
61 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;