ECLI:NL:RBZWB:2023:369
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na toekenning Wajong-uitkering
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 9 maart 2021 waarin een Wajong-uitkering werd geweigerd. Het UWV heeft later, op 20 oktober 2022, het eerdere besluit ingetrokken en alsnog een Wajong-uitkering toegekend met terugwerkende kracht tot 25 november 2020.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep op 16 november 2022 ingetrokken en verzocht om veroordeling van het UWV in de proceskosten. Het UWV stemde hiermee in. De rechtbank heeft op grond van artikel 8:54 Awb Pro de zitting achterwege gelaten en het verzoek behandeld op basis van schriftelijke stukken.
De rechtbank oordeelt dat het UWV aan verzoeker is tegemoetgekomen en veroordeelt het UWV tot betaling van proceskosten van € 2.031,-. Daarnaast dient het UWV het griffierecht van € 49,- te vergoeden, hetgeen niet via deze veroordeling hoeft te worden uitgesproken.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 2.031,- aan proceskosten aan verzoeker.