ECLI:NL:RBZWB:2023:3638
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Combee
- Hamburger
- Van der Pols
- Rechtspraak.nl
Tenuitvoerlegging van voorwaardelijke PIJ-maatregel wegens overtreding bijzondere voorwaarden
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelt de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde PIJ-maatregel aan een minderjarige veroordeelde. De maatregel werd bij vonnis van 23 december 2022 opgelegd met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden waaronder medewerking aan behandeling en verblijf in een jeugdzorginstelling.
De officier van justitie vordert tenuitvoerlegging omdat de veroordeelde zich herhaaldelijk onttrok aan de voorwaarden, waaronder het niet terugkeren na verlof en een geweldsincident binnen de instelling. De jeugdreclassering bevestigt dat de huidige instelling de veiligheid niet langer kan garanderen en dat klinische behandeling noodzakelijk is. De verdediging erkent de overtredingen maar wijst op het gebrek aan zicht op een geschikte vervolgplek, wat het gedrag mede zou verklaren.
De rechtbank oordeelt dat de overtredingen en het ontbreken van een passende ambulante behandeling de tenuitvoerlegging rechtvaardigen. De onvoorwaardelijke PIJ-maatregel is noodzakelijk voor de veiligheid en het belang van de veroordeelde. De rechtbank gelast daarom de tenuitvoerlegging van de maatregel, ondanks het ontbreken van een directe vervolgplek, om de behandeling in een klinische setting mogelijk te maken.
Uitkomst: De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke PIJ-maatregel wegens overtreding van de bijzondere voorwaarden.