ECLI:NL:RBZWB:2023:3562
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking besluit hoog persoonlijk kilometerbudget
Verzoeker diende een aanvraag in voor een hoog persoonlijk kilometerbudget, welke door verweerster op 13 oktober 2022 werd geweigerd. Het bezwaar van verzoeker werd op 2 december 2022 ongegrond verklaard. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit.
Op 14 maart 2023 trok verweerster het bestreden besluit in en kende alsnog het hoog persoonlijk kilometerbudget toe, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat verweerster het primaire besluit onzorgvuldig had voorbereid omdat zij niet had onderzocht wat de afmetingen van de scootmobiel waren, terwijl dit relevant was voor de toekenning van het budget. Hierdoor was sprake van een aan verweerster te wijten onrechtmatigheid.
Het verzoek tot proceskostenvergoeding werd daarom toegewezen en verweerster werd veroordeeld tot betaling van € 837,- aan verzoeker. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat dit niet was onderbouwd en niet meer werd voortgezet na intrekking van het beroep.
Uitkomst: Verweerster wordt veroordeeld tot vergoeding van € 837,- aan proceskosten en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.