ECLI:NL:RBZWB:2023:3387
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking beroep op jachtakteweigering
Verzoeker diende een aanvraag in voor een jachtakte voor het tijdvak van 1 april 2020 tot en met 31 maart 2021, welke door de minister van Justitie en Veiligheid werd afgewezen op basis van een e-screener onderzoek. Na een administratief beroep verklaarde de minister dit ongegrond. Verzoeker stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank.
Tijdens de procedure heeft verzoeker op 12 april 2023 de rechtbank geïnformeerd dat hij alsnog een jachtakte heeft ontvangen en het beroep intrekt, met het verzoek om proceskostenvergoeding. De minister erkent de rechtmatigheid van het bestreden besluit, maar stemt in met vergoeding van de proceskosten gezien de bijzondere omstandigheden.
De rechtbank overweegt dat hoewel de minister niet formeel is teruggekomen op het oorspronkelijke besluit, de omstandigheden en het standpunt van de minister rechtvaardigen dat verzoeker wordt gecompenseerd. De proceskosten worden vastgesteld op €2.868,- en het griffierecht op €181,-, die door de minister moeten worden vergoed.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan verzoeker.