ECLI:NL:RBZWB:2023:3317
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking persoonsgebonden budget door zorgkantoor
Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit van het zorgkantoor om haar persoonsgebonden budget (pgb) per 24 maart 2023 te beëindigen vanwege het ontbreken van een gewaarborgde hulp. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen en het pgb te schorsen, en later om het pgb te beheren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het zorgkantoor bevoegd was het pgb in te trekken omdat verzoekster op de datum van het besluit geen gewaarborgde hulp had aangesteld. Hoewel het belang van verzoekster om haar huidige zorgverleners te behouden duidelijk is, weegt het belang van het zorgkantoor bij een juiste besteding van het pgb zwaarder. Verzoekster kan desgewenst zorg in natura ontvangen.
De voorzieningenrechter benadrukte dat de beoordeling van de geschiktheid van de voorgestelde gewaarborgde hulp niet in deze voorlopige voorziening aan de orde is, maar in de bezwaarprocedure. Het verzoek om het pgb te beheren valt buiten de taak van de rechtbank. Gezien het risico op onjuiste besteding en mogelijke terugvordering, werd het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van het pgb wordt afgewezen.