Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 14 april 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser is in dienst bij LWC en ontving het loon van oktober 2022 te laat, namelijk op 17 november 2022, en het loon van november 2022 met wettelijke verhoging op 14 april 2023, na sommatie. Eiser vordert betaling van de wettelijke verhoging over het loon van oktober 2022, vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, verstrekking van een specificatie van de wettelijke verhogingen over oktober en november 2022, en proceskosten.
LWC is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd, waardoor verstek is verleend. De voorzieningenrechter overweegt dat terughoudendheid geboden is bij veroordeling tot betaling in kort geding, maar dat eiser voldoende spoedeisend belang heeft omdat hij zonder loonbetaling zijn vaste lasten niet kan voldoen.
Het te laat betalen van het loon is aannemelijk gemaakt met betaalbewijzen. De vordering tot betaling van wettelijke verhoging en verstrekking van specificatie is aannemelijk en zal in een bodemprocedure waarschijnlijk worden toegewezen. Ook de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten is aannemelijk omdat meerdere incassohandelingen zijn verricht.
De voorzieningenrechter veroordeelt LWC tot betaling van de wettelijke verhoging over oktober 2022, vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, het verstrekken van de specificatie, en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: LWC wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke verhoging, incassokosten, verstrekking specificatie en proceskosten, uitvoerbaar bij voorraad.