Uitspraak
[minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2017.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 28 april 2023 uitspraak gedaan in een familierechtelijke zaak tussen een vrouw en een man betreffende hun minderjarige kinderen. De vrouw verzocht om het hoofdverblijf van de minderjarigen bij haar vast te stellen, een zorgregeling uit te breiden en de paspoorten van de kinderen aan haar toe te wijzen. De man verzette zich tegen de uitbreiding van de zorgregeling en het verzoek tot afgifte van de paspoorten.
Tijdens de mondelinge behandeling, waarbij ook de Raad voor de Kinderbescherming en de Gecertificeerde Instelling betrokken waren, werd vastgesteld dat het hoofdverblijf van de kinderen feitelijk bij de moeder is. De rechtbank volgde het advies van de Raad en de GI om het hoofdverblijf juridisch bij de moeder vast te stellen. De zorgregeling werd uitgebreid conform het verzoek van de moeder, ondanks het verweer van de vader over zijn beperkte mogelijkheden vanwege zijn zelfstandige ondernemerschap.
Het verzoek van de moeder om de paspoorten door de vader te laten afgeven werd afgewezen, omdat geen bewijs was dat de vader de paspoorten in bezit had. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en legt een zorgregeling vast waarbij de kinderen wekelijks en om de veertien dagen bij de vader verblijven, met een verdeling van de vakanties.
Uitkomst: Het hoofdverblijf van de minderjarigen wordt vastgesteld bij de moeder en de zorgregeling wordt uitgebreid ten gunste van de vader, terwijl het verzoek tot afgifte van paspoorten wordt afgewezen.