Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partij
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit (primair en subsidiair);
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 26 april 2023 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van verduistering van een geldbedrag van €127.000,- en subsidiair witwassen. De officier van justitie stelde dat verdachte het bedrag had verduisterd, gebaseerd op aangifte en bankgegevens, terwijl de verdediging een alternatief scenario aanvoerde waarin verdachte geen beschikking had over de financiën en handelde met medeweten van de benadeelde en haar partner.
Tijdens de zitting op 13 april 2023 werden de standpunten van beide partijen besproken. De verdediging benadrukte onjuistheden in de aangifte en het ontbreken van onderbouwing van de bedragen. De rechtbank vond het alternatieve scenario aannemelijk, mede ondersteund door verklaringen van familieleden, en oordeelde dat verdachte niet wederrechtelijk had gehandeld bij het pinnen en doen van boodschappen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van zowel verduistering als witwassen. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de grondslag van de vordering niet was bewezen. De benadeelde werd veroordeeld in de kosten van verdachte, die nihil werden begroot.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van verduistering en witwassen wegens onvoldoende bewijs.