ECLI:NL:RBZWB:2023:2847
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afkeuring zorgverlener en stopzetting persoonsgebonden budget
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de afkeuring van zijn zorgverlener door het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, waardoor zijn persoonsgebonden budget per 13 september 2022 niet meer wordt uitbetaald. Dit besluit is kenbaar gemaakt aan de zorgverlener in een brief van 26 januari 2023.
Verzoeker heeft vervolgens bij de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit te schorsen in afwachting van de hoofdzaak. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83 lid 3 Awb Pro besloten de zaak zonder zitting af te doen en heeft verzoeker verzocht een toelichting te geven op het spoedeisend belang.
Verzoeker heeft geen nadere toelichting gegeven binnen de gestelde termijn, waardoor onvoldoende is gebleken dat er een spoedeisend belang bestaat bij het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter benadrukt dat spoedeisendheid een essentieel criterium is voor het toewijzen van een voorlopige voorziening. Daarom is het verzoek afgewezen.
De uitspraak is gedaan op 24 april 2023 door voorzieningenrechter S.A.M.L. van de Sande en griffier A.J.M. van Hees, en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afkeuring van de zorgverlener en stopzetting van het persoonsgebonden budget wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.