Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] , uit [plaatsnaam] , eiseres
Inleiding
Wat ging aan deze procedure vooraf
Wat vindt het UWV
.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres, werkzaam als pedagogisch medewerker, meldde zich deels ziek vanaf februari 2018. Het UWV weigerde haar aanvankelijk per 30 januari 2020 een WIA-uitkering toe te kennen vanwege een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 35%. Na een melding van toegenomen beperkingen per 1 juli 2021 voerde het UWV een medisch en arbeidskundig onderzoek uit. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat eiseres 21,07% arbeidsongeschikt was, onvoldoende voor een WIA-uitkering.
Eiseres betwistte deze beoordeling en stelde dat zij meer beperkt was en de geduide functies niet kon verrichten. De rechtbank oordeelde dat het UWV een zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek had verricht, waarbij alle klachten en medische informatie waren meegewogen. De rechtbank vond de vastgestelde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en de arbeidskundige beoordeling betrouwbaar en voldoende gemotiveerd.
De rechtbank verwierp het beroep van eiseres omdat zij onvoldoende gemotiveerd en specifiek had aangevoerd waarom het bestreden besluit onjuist zou zijn. De verwijzing naar eerdere bezwaarschriften volstond niet. Omdat eiseres geen nieuwe medische gegevens had aangeleverd die het standpunt van het UWV konden weerleggen, werd het beroep ongegrond verklaard. Hierdoor komt eiseres geen WIA-uitkering toe en worden haar proceskosten niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de WIA-uitkering wordt geweigerd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.