ECLI:NL:RBZWB:2023:2727

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 april 2023
Publicatiedatum
20 april 2023
Zaaknummer
AWB- 21_5667
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:36 AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
10 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling UWV na toekenning IVA-uitkering

Verzoeker stelde beroep in tegen het besluit van het UWV tot beëindiging van zijn WIA-uitkering. Na een gewijzigde beslissing op bezwaar kende het UWV op 3 maart 2023 een IVA-uitkering toe wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. Hierop trok verzoeker het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.

De rechtbank oordeelde dat het UWV aan verzoeker was tegemoetgekomen en veroordeelde het UWV daarom in de proceskosten. De kosten voor de rechtsbijstand werden vastgesteld op € 837,00. Daarnaast werden de kosten voor het rapport van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige deels toegewezen, waarbij het tarief en de btw werden beoordeeld en administratiekosten werden afgewezen.

De totale proceskostenvergoeding werd vastgesteld op € 3.269,83. Het griffierecht werd door het UWV rechtstreeks aan verzoeker vergoed, zodat hiervoor geen veroordeling nodig was. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Snoeks op 20 april 2023.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 3.269,83 aan proceskosten aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 21/5667 WIA
uitspraak van 20 april 2023 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen

[naam verzoeker] , te [plaatsnaam] , verzoeker,

gemachtigde: mr. I.A.C. Cools,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(UWV; kantoor Eindhoven), verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 10 november 2021 van het UWV over de beëindiging van zijn uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA).
In een gewijzigde beslissing op bezwaar van 3 maart 2023 heeft het UWV bepaald dat verzoeker vanaf 7 december 2020 recht heeft op een IVA-uitkering, omdat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is.
Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken, met het verzoek het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid hierop te reageren.
De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
2. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het besluit van 3 maart 2023 dat het UWV aan verzoeker is tegemoetgekomen. Hierin ziet de rechtbank aanleiding het UWV te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten.
3. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 837,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift).
4. Verzoeker heeft daarnaast verzocht om vergoeding van de door hem gemaakte kosten voor het rapport van 4 januari 2023 van verzekeringsarts [naam verzekeringsarts] en arbeidsdeskundige [naam arbeidsdeskundige] van het [naam bedrijf] . Verzoeker heeft met een factuur onderbouwd dat de kosten € 2.964,50 bedragen. Daarbij is uitgesplitst dat de verzekeringsarts tien uur aan het onderzoek heeft besteed à € 134,04 per uur en de arbeidsdeskundige vijf uur tegen hetzelfde tarief.
De rechtbank stelt, met inachtneming van wat staat vermeld in artikel 8:36, tweede lid, van de Awb en artikel 6 van Pro het Besluit tarieven in strafzaken 2003 (het Besluit), vast dat bij het verrichten van de werkzaamheden in deze zaak het maximale uurtarief in 2022 € 136,19 bedroeg. Het uurtarief van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige is lager dan dit bedrag, zodat de gemaakte kosten voor vergoeding in aanmerking komen. Uit artikel 15 van Pro het Besluit volgt dat het tarief wordt verhoogd met de verschuldigde omzetbelasting, in dit geval 21%. Gelet op het voorgaande dient het UWV in totaal vijftien uur x € 134,04, inclusief 21% omzetbelasting, te vergoeden, te weten een bedrag van € 2.432,83.
In de factuur van het [naam bedrijf] zijn € 439,40 aan administratiekosten per dossier in rekening gebracht. Die kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking, nu administratiekosten niet voorkomen in de limitatieve opsomming in het Bpb. In zoverre wordt het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
De totale vergoeding van de kosten wordt door de rechtbank vastgesteld op een bedrag van € 3.269,83 (€ 837,00 + € 2.432,83).
5. De rechtbank overweegt ten overvloede dat het UWV op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het griffierecht van € 49,00 aan verzoeker dient te vergoeden, zodat een veroordeling daartoe niet nodig is.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 3.269,83.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier, op 20 april 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.