ECLI:NL:RBZWB:2023:2571
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belanghebbendheid bij handhavingsbesluit opslagruimte manege
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van 1 september 2022 waarin hun bezwaren niet-ontvankelijk zijn verklaard wegens het ontbreken van belanghebbendheid bij een handhavingsbesluit over een opslagruimte van een manege.
De rechtbank beoordeelt dat eisers 1 en 2 geen gevolgen van enige betekenis ondervinden van het gebruik van de opslagruimte, mede vanwege de afstand tot hun woningen en het geringe ruimtelijke effect van de was- en zadelruimten. Hierdoor zijn zij niet als belanghebbenden aan te merken en was hun bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Ten aanzien van eiseres 3 oordeelt de rechtbank dat het college ten onrechte het criterium 'gevolgen van enige betekenis' heeft toegepast op haar belanghebbendheid, wat niet passend is voor rechtspersonen die algemene en collectieve belangen behartigen. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover het eiseres 3 betreft, maar laat de rechtsgevolgen in stand omdat het college in het verweerschrift en ter zitting voldoende heeft gemotiveerd dat eiseres 3 niet binnen haar doelstellingen wordt geraakt.
De rechtbank veroordeelt het college tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers. De uitspraak is gedaan door rechter E.J. Govaers op 11 april 2023.
Uitkomst: Het beroep is gegrond voor eiseres 3 met vernietiging van het besluit, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; eisers krijgen griffierecht en proceskosten vergoed.