Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 7 april 2023 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.
Geschiktheid voor de functies
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres was werkzaam als schoonmaakster en meldde zich ziek met klachten na een aanrijding. Het UWV kende haar een Ziektewetuitkering toe, maar beëindigde deze per 11 januari 2021 omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank beoordeelde het beroep van eiseres tegen deze beëindiging.
De medische beoordeling was gebaseerd op rapporten van een primaire arts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b). Uit deze rapporten bleek dat eiseres fysieke klachten heeft, maar dat er onvoldoende objectief medisch bewijs is voor meer beperkingen dan vastgesteld in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van november 2020. Eiseres voerde aan dat haar beperkingen werden onderschat, onder meer vanwege migraine en psychosociale omstandigheden, maar de rechtbank vond het medisch onderzoek zorgvuldig en gemotiveerd.
De arbeidsdeskundige stelde dat eiseres geschikt is voor bepaalde functies die gebruikt zijn voor de berekening van haar arbeidsongeschiktheid. Eiseres betwistte dit, maar de rechtbank vond dat deze functies passend zijn gezien de vastgestelde beperkingen. Omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is, is het recht op ZW-uitkering komen te vervallen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees de proceskostenvergoeding af en bevestigde daarmee de beëindiging van de uitkering door het UWV.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.