ECLI:NL:RBZWB:2023:2275

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 april 2023
Publicatiedatum
5 april 2023
Zaaknummer
C/02/402257 / HA ZA 22-547 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Stoof
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 Wet op de omzetbelasting 1968Art. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing btw en handelsrente over buitengerechtelijke incassokosten in civiele zaak

In deze civiele bodemzaak vordert eiseres betaling van een bedrag inclusief buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke handelsrente van gedaagde. Gedaagde heeft zich als advocaat onttrokken en heeft geen verweer gevoerd, waardoor sprake is van quasi-verstek.

De rechtbank stelt vast dat de gevorderde btw over de incassokosten niet toewijsbaar is omdat eiseres niet heeft gesteld ondernemer te zijn of een vrijgestelde prestatie te verrichten. Daarnaast is de gevorderde wettelijke handelsrente over de incassokosten niet toewijsbaar, aangezien artikel 6:119a BW niet van toepassing is op schadeloosstellingsvorderingen en er geen overeenkomst is over rente over rente.

De rechtbank veroordeelt gedaagde tot betaling van de hoofdsom, de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf de dag van dagvaarding, en de proceskosten minus de btw over de dagvaardingskosten. De nakosten worden toegewezen voor zover deze op dit moment begroot kunnen worden. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van hoofdsom, wettelijke rente en proceskosten, met afwijzing van btw en handelsrente over incassokosten.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster II Handelszaken
Breda
zaaknummer / rolnummer: C/02/402257 / HA ZA 22-547
Vonnis van 5 april 2023
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
3S SAFETY SOLUTION SERVICES B.V.,
gevestigd te Tilburg,
eiseres,
advocaat mr. M.M.A.A. van Oosterhout te Tilburg,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FORCE PRO EQUIPMENT B.V.,
gevestigd te Alphen,
gedaagde,
advocaat mr. J.M. Molkenboer te Tilburg (onttrokken).

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 6 oktober 2022 met producties genummerd 1 tot en met 7;
  • de mededeling van de advocaat van gedaagde dat deze zich als advocaat van gedaagde aan de zaak onttrekt, waarna zich geen nieuwe advocaat heeft gesteld.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
De stellingen van eiseres kunnen het gevorderde dragen en zijn door gedaagde niet weersproken. Nu het gevorderde de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal deze worden toegewezen, behoudens het volgende.
2.2.
Eiseres maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. In het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten zit btw begrepen. De gevorderde btw is niet toewijsbaar, nu eiseres niet heeft gesteld geen ondernemer te zijn in de zin van artikel 7 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968 of als ondernemer een vrijgestelde prestatie verricht te hebben.
2.3.
Voorts is artikel 6:119a BW niet van toepassing op een vordering tot betaling van een bedrag bij wijze van schadeloosstelling, zodat de gevorderde handelsrente over de buitengerechtelijke incassokosten niet toewijsbaar is. Verder is niet is gesteld en ook niet gebleken dat rente over rente is overeengekomen,. De rechtbank wijst een en ander dan ook toe als hierna bepaald.
2.4.
Gedaagde zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld, met dien verstande dat de btw over de dagvaardingskosten, zijnde een bedrag van € 22,77, zal worden afgewezen, gelet op hetgeen onder 2.2 is overwogen.
De proceskosten worden aan de zijde van eiseres begroot op:
- dagvaarding € 108,41
- griffierecht 2.837,00
- salaris advocaat
1.183,00(1,0 punt × tarief € 1.183,00)
Totaal € 4.151,18
2.5
De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 47.396,12, vermeerderd met:
- de wettelijke handelsrente over een bedrag van € 43.560,00 met ingang van 6 oktober 2022 tot de dag van volledige betaling,
- de wettelijke rente over een bedrag van € 1.210,60 met ingang van 6 oktober 2022 tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 4.151,18, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:
- € 173,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 90,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,
- en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,
3.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Stoof en in het openbaar uitgesproken op 5 april 2023.