Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
wonende te [woonadres] ,
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
1. opzettelijk gebruik heeft gemaakt van bewerkte digitale foto’s om haar aangifte te ondersteunen en processen-verbaal op te laten maken met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken;
2. opzettelijk een lasterlijke aanklacht heeft gedaan;
3. een valse aangifte of klacht heeft laten doen en/of heeft gedaan wetende dat die strafbare feiten niet zijn gepleegd;
2) zich in een periode van 3 weken schuldig heeft gemaakt aan belaging van [slachtoffer] .
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
op tijdstippen in de periode van 3 februari 2019 tot en met 2 februari 2020 te Goes en Terneuzen en Schoondijke, meerdere geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten
- meerdere door verdachte bewerkte digitale foto’s/afbeeldingen van zichzelf, en
- een proces-verbaal informatief gesprek en processen-verbaal van aangifte, en
- processen-verbaal verhoor (van verdachte) en processen-verbaal van bevindingen, door verbalisanten van de politie Zeeland West-Brabant,
door deze bewerkte foto’s /afbeeldingen vervolgens aan zichzelf en de politie
toe te zenden als screenshot, en vervolgens deze afbeelding te gebruiken om haar
aangifte te ondersteunen, en die verbalisanten voornoemde processen-verbaal
op te laten maken en vervolgens te laten tekenen, met het oogmerk om dit als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;
op tijdstippen in de periode van 3 februari 2019 tot en met 7 oktober 2020 te Schoondijke, gemeente Sluis, aangifte heeft gedaan dat een strafbaar feit is gepleegd, door:
- op 15 september 2019 aangifte te doen van bedreiging, en
- op 2 februari 2020 aangifte te doen van bedreiging en aanranding van verdachte
door [naam 1],
wetende dat die strafbare feiten niet zijn gepleegd;
op tijdstippen in de periode van 20 december 2022 tot en met 12 januari 2023 in Nederland,
wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders
persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door veelvuldig via Telegram berichten te sturen met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te dulden en/of vrees aan te jagen.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
De psycholoog heeft geconcludeerd dat ten tijde van de in zaak A tenlastegelegde feiten deze stoornis aanwezig is geweest en acht verdachte verminderd toerekeningsvatbaar, indien de feiten bewezen zijn. De inschatting van het gevaar op herhaling is matig, omdat verdachte erkenning van het haar overkomen trauma nodig heeft.
7.De benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder zaak B tenlastegelegde feit 1;
bedoeld in artikel 225 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst,
meermalen gepleegd;
zaak A, feit 3:Aangifte doen dat een strafbaar feit gepleegd is, wetende dat het niet
gepleegd is;
een werkstraf van 100 (honderd) uren, subsidiair 50 (vijftig) dagen vervangende jeugddetentie, waarvan 80 (tachtig) uren, subsidiair 40 (veertig) dagen vervangende jeugddetentie, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;