Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 28 februari 2023 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, die vermoedelijk lijdt aan een psychische stoornis waaronder disruptieve gedragsstoornissen en neurocognitieve stoornissen zoals dementie en delier.
Tijdens de mondelinge behandeling, gehouden in de accommodatie waar betrokkene verblijft, werden betrokkene, haar advocaat, een afdelingsarts en een verpleegkundige gehoord. Betrokkene ontkende de stoornis en gaf aan naar huis te willen, terwijl de arts stelde dat het toestandsbeeld ernstig is en voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk is voor verdere medische observatie en behandeling.
De rechtbank oordeelde dat er een ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van betrokkene leidt tot onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, zoals levensgevaar en agressie. De noodzakelijke verplichte zorg omvat onder meer toediening van vocht, voeding, medicatie, bewegingsbeperking, insluiting en opname in een accommodatie.
Hoewel betrokkene zich tegen de zorg verzet en geen ziektebesef toont, acht de rechtbank de maatregelen evenredig en noodzakelijk, zonder minder bezwarende alternatieven. De machtiging wordt verleend tot en met 21 maart 2023. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg en opname tot en met 21 maart 2023.