ECLI:NL:RBZWB:2023:2139
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Verschoning
- Breeman
- Hertsig
- Tempel
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verschoningsverzoek rechter wegens schijn van partijdigheid
In deze zaak heeft de rechter een verzoek tot verschoning ingediend omdat een aannemer, die een zakelijke relatie is van haar echtgenoot en recent werkzaamheden aan haar woning heeft verricht, betrokken is bij de descente in de hoofdzaak. De rechter achtte dat hierdoor de schijn van partijdigheid kan ontstaan.
De verschoningskamer heeft dit verzoek beoordeeld aan de hand van de artikelen 36, 40 en 41 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Hierbij is overwogen dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er objectief gerechtvaardigde redenen zijn om aan die onpartijdigheid te twijfelen, waaronder ook de uiterlijke schijn van partijdigheid.
Gezien de omstandigheden acht de kamer het verzoek gegrond en wijst het toe. De behandeling van de hoofdzaak wordt overgenomen door een andere rechter en het proces wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het verzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen vanwege de schijn van partijdigheid.