ECLI:NL:RBZWB:2023:212

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 januari 2023
Publicatiedatum
17 januari 2023
Zaaknummer
402667_E11012023
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Kool
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
OnteigeningswetKoninklijk Besluit 8 maart 2022ECLI:NL:HR:2021:1778
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervroegde onteigening en schadeloosstelling aan Stichting Het Noordbrabants Landschap

De Staat der Nederlanden heeft bij de rechtbank gevorderd om vervroegde onteigening uit te spreken van diverse perceelsgedeelten in de gemeente Werkendam, eigendom van Stichting Het Noordbrabants Landschap en de Staat zelf. Het Noordbrabants Landschap heeft geen verweer gevoerd tegen de onteigening en stemde in met de door de Staat aangeboden schadeloosstelling.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de formaliteiten en termijnen van de Onteigeningswet zijn nageleefd en heeft de onteigening ten algemene nutte uitgesproken. De schadeloosstelling aan Stichting Het Noordbrabants Landschap bedraagt in totaal €46.307,00 exclusief btw, bestaande uit bedragen voor eigendomsoverdracht en verlies van erfpachtrechten. Daarnaast zijn aanvullende aanbiedingen gedaan door de Staat om na uitvoering van het werk bepaalde perceelsgedeelten in erfpacht terug te geven en zich in te spannen voor vervangende grond.

De rechtbank veroordeelde de Staat tot betaling van de schadeloosstelling en tot het gestand doen van de aanvullende aanbiedingen. De Staat heeft geen verweer gevoerd tegen de onteigening van eigen perceelsgedeelten en aanvaardde een schadeloosstelling van nihil. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en een uittreksel zal worden geplaatst in BN De Stem.

Uitkomst: De rechtbank spreekt vervroegde onteigening uit en veroordeelt de Staat tot betaling van €46.307 aan Stichting Het Noordbrabants Landschap met aanvullende verplichtingen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster II Handelszaken
Middelburg
zaaknummer / rolnummer: C/02/402667 / HA ZA 22-571
Vonnis van 11 januari 2023
in de zaak van
DE STAAT DER NEDERLANDEN
(Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat),
zetelend te 's-Gravenhage,
eiser,
advocaten mr. R.C.K. van Andel en mr. S.M.L. Aaldering te Arnhem,
tegen
1. de stichting
STICHTING HET NOORDBRABANTS LANDSCHAP,
kantoorhoudende te Haaren,
mr. M.F. Hiddema te Arnhem,
2. de publiekrechtelijke rechtspersoon
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
zetelend te 's-Gravenhage,
mr. S. Schut te Arnhem,
gedaagden.
Partijen zullen hierna de Staat en het Noordbrabants Landschap worden genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de akte van depot van 29 juni 2022
  • de dagvaardingen van 19 en van 20 september 2022
  • het exploit van overbetekening van 21 september 2022 aan de publiekrechtelijke
rechtspersoon Waterschap Rivierenland
  • de conclusie van antwoord van het Noordbrabants Landschap
  • de conclusie van antwoord van de Staat.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Het Noordbrabants Landschap verzet zich niet tegen de gevorderde onteigening. De rechtbank zal derhalve, nu ook de stellingen van de Staat het gevorderde kunnen dragen en de in de Onteigeningswet voorgeschreven formaliteiten en termijnen zijn nageleefd, ten name van de Staat de onteigening ten algemene nutte uitspreken van de aan het Noordbrabants Landschap in eigendom toebehorende perceelsgedeelten kadastraal bekend gemeente Werkendam, sectie [kadastrale aanduidingen 1] (totaal groot 101.715 m²) ter grootte van 1.563 m², [grondplannummer 1] en kadastraal bekend gemeente Werkendam, sectie [kadastrale aanduidingen 2] (totaal groot 9.280 m²) ter grootte van 39 m², [grondplannummer 2] .
2.2.
De Staat heeft aan het Noordbrabants Landschap als schadeloosstelling aangeboden een bedrag van € 29.567,00 voor de overdracht in eigendom, vrij van lasten en rechten van de perceelsgedeelten met de [grondplannummer 1 en 2] en voor het verlies van de erfpachtrechten op de perceelsgedeelten met de [grondplannummer 5 en 6] . Daarnaast heeft de Staat aan het Noordbrabants Landschap een bedrag van € 16.740,00 aangeboden voor het verlies van de erfpachtrechten op de perceelsgedeelten met [grondplannummer 3] en [grondplannummer 4] . Het Noordbrabants landschap aanvaardt deze door de Staat bij dagvaarding ter zake van schadeloosstelling aangeboden bedragen. De rechtbank zal de Staat veroordelen tot betaling van voormelde bedragen.
2.3.
Als schadebeperkend aanbod biedt de Staat het Noordbrabants Landschap aan om de perceelsgedeelten met de [grondplannummer 3 en 4] , die als werkterrein nodig zijn, na uitvoering van het werk opnieuw aan Het Noordbrabants Landschap in erfpacht uit te geven onder nader overeen te komen voorwaarden.
2.4.
Als bijkomend aanbod biedt de Staat het Noordbrabants Landschap aan om zich in te spannen om na realisatie van het werk waarvoor onteigend wordt vervangende grond aan het Noordbrabants Landschap uit te geven, voor zover dit mogelijk is binnen de bandbreedte die de Hoge Raad heeft geschetst bij het arrest van 26 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1778).
2.5.
Het Noordbrabants Landschap heeft de rechtbank verzocht de Staat te veroordelen de door de Staat bij dagvaarding gedane bijkomende aanbiedingen opgenomen in rechtsoverweging 2.3. en 2.4. gestand te doen. De rechtbank zal de Staat daartoe veroordelen.
2.6.
De Staat als gedaagde verzet zich niet tegen de gevorderde onteigening van de in de dagvaarding onder sub 2 en 3 genoemde perceelsgedeelten met [grondplannummer 8] (de rechtbank gaat ervan uit dat de Staat bedoelt [grondplannummer 5] , [grondplannummer 6] , [grondplannummer 3] en [grondplannummer 7] (de rechtbank gaat ervan uit dat de Staat bedoelt [grondplannummer 4] ). De rechtbank zal derhalve, nu ook de stellingen van de Staat het gevorderde kunnen dragen en de in de Onteigeningswet voorgeschreven formaliteiten en termijnen zijn nageleefd, ten name van de Staat de onteigening ten algemenen nutte uitspreken van de aan de Staat in eigendom toebehorende perceelsgedeelten kadastraal bekend gemeente Werkendam, sectie [kadastrale aanduidingen 3] (totaal groot 45.625 m²) ter grootte van 11.716 m², [grondplannummer 5] en kadastraal bekend gemeente Werkendam, sectie [kadastrale aanduidingen 4] , (totaal groot 15.135 m²) ter grootte van 1.485 m², [grondplannummer 6] en kadastraal bekend gemeente Werkendam, sectie [kadastrale aanduidingen 3] (totaal groot 45.625 m²) ter grootte van 5.247 m², [grondplannummer 3] en kadastraal bekend gemeente Werkendam, sectie [kadastrale aanduidingen 4] (totaal groot 15.135 m²) ter grootte van 3.123 m², [grondplannummer 4] .
2.7.
De Staat als gedaagde aanvaardt de bij dagvaarding aangeboden schadeloosstelling van nihil. De rechtbank zal de Staat dus niet tot betaling van een bedrag ter zake van schadeloosstelling aan de Staat als gedaagde veroordelen.
2.8.
De Staat stelt voorts dat hij met de in de dagvaarding genoemde derde de publiekrechtelijke rechtspersoon Waterschap Rivierenland een minnelijke regeling heeft getroffen en biedt haar een vergoeding aan van nihil. Gelet daarop gaat de rechtbank er van uit dat dit in de dagvaarding gedane aanbod aan deze belanghebbende geen bespreking en beslissing meer behoeft.
2.9.
Aangezien het Noordbrabants Landschap en de Staat de bij dagvaarding aangeboden schadeloosstelling hebben aanvaard behoeft op de (voorwaardelijke) vordering de deskundigen op te dragen de schadeloosstelling te begroten niet te worden beslist.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
spreekt uit, ten name van de Staat en ten algemenen nutte de onteigening, vrij van alle lasten en rechten, van de onroerende zaken die zijn aangeduid op de grondplantekening met de [grondplannummers 5, 6, 1, 2, 3, 4] , welke grondplantekening ingevolge de wet ter inzage heeft gelegen en in het Koninklijk Besluit van 8 maart 2022 (nr. 2022000491, Staatscourant van 12 april 2022, nummer 8663) nader aangeduid als:
  • [grondplannummer 5] : een deel van 11.716 m² van het perceel, kadastraal bekend gemeente Werkendam, sectie [kadastrale aanduidingen 3] , groot 45.625 m², kadastraal omschreven als “Terrein (natuur)”,
  • [grondplannummer 6] : een deel van 1.485 m² van het perceel, kadastraal bekend gemeente Werkendam, sectie [kadastrale aanduidingen 4] , groot 15.135 m², kadastraal omschreven als “Terrein (natuur)”,
  • [grondplannummer 1] : een deel van 1.563 m² van het perceel, kadastraal bekend gemeente Werkendam, sectie [kadastrale aanduidingen 1] , groot 101.715 m², kadastraal omschreven als “Terrein (natuur)”,
  • [grondplannummer 2] : een deel van 39 m² van het perceel, kadastraal bekend gemeente Werkendam, sectie [kadastrale aanduidingen 2] , groot 9.280 m², kadastraal omschreven als “Terrein (natuur)”,
  • [grondplannummer 3] : een deel van 5.247 m² van het perceel, kadastraal bekend gemeente Werkendam, sectie [kadastrale aanduidingen 3] , groot 45.625 m², kadastraal omschreven als “Terrein (natuur)”,
  • [grondplannummer 4] : een deel van 3.123 m² van het perceel, kadastraal bekend gemeente Werkendam, sectie [kadastrale aanduidingen 4] , groot 15.135 m², kadastraal omschreven als “Terrein (natuur)”,
en zoals afgebeeld op de aan dit vonnis gehechte kaartweergaven met coördinaten,
3.2.
veroordeelt de Staat tot betaling aan de Stichting Het Noordbrabants Landschap van een bedrag totaal € 46.307,00 (zesenveertigduizenddriehonderdzeven euro) exclusief btw,
3.3.
bepaalt dat de Staat het schadebeperkend aanbod om de perceelsgedeelten met [grondplannummer 3 en 4] die als werkterrein nodig zijn, na uitvoering van het werk, opnieuw aan de Stichting Het Noordbrabants Landschap in erfpacht uit te geven onder nader overeen te komen voorwaarden, gestand moet doen,
3.4.
bepaalt dat de Staat het bijkomend aanbod om zich in te spannen om na realisatie van het werk waarvoor onteigend wordt vervangende grond aan de Stichting Het Noordbrabants Landschap uit te geven, voor zover dit mogelijk is binnen de bandbreedte die de Hoge Raad heeft geschetst bij het arrest van 26 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1778), gestand moet doen,
3.5.
wijst BN De Stem aan als het nieuwsblad waarin een uittreksel van dit vonnis dient te worden geplaatst,
3.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Kool en in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2023.