ECLI:NL:RBZWB:2023:2072
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen omgevingsvergunning tijdelijke woonunit wegens gebrek aan procesbelang
Eisers hebben beroep ingesteld tegen een omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda heeft verleend voor het plaatsen van een tijdelijke woonunit aan het adres een adres 31 in een plaatsnaam. Het primaire besluit dateert van 19 november 2021 en stond toe dat de woonunit tot 19 november 2022 op het perceel van de vergunninghouder mocht blijven staan. Eisers, buren van de vergunninghouder, hebben bezwaar gemaakt tegen dit besluit, dat door het college ongegrond werd verklaard.
De vergunninghouder heeft op 11 november 2022 een nieuwe aanvraag ingediend om de tijdelijke woonunit langer te mogen laten staan. Het college heeft op 18 november 2022 een nieuwe vergunning verleend die geldig is tot 19 november 2024. Eisers hebben tegen deze nieuwe vergunning geen rechtsmiddelen aangewend.
De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of eisers nog procesbelang hebben bij het beroep tegen het oorspronkelijke besluit. Gezien het feit dat de termijn van de eerste vergunning is verstreken en de nieuwe vergunning onherroepelijk is verleend, concludeert de rechtbank dat het beroep feitelijk geen betekenis meer heeft voor eisers. Ook het verzoek om proceskostenvergoeding leidt niet tot het aannemen van procesbelang.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en zal zij de zaak niet inhoudelijk beoordelen. Eisers krijgen het betaalde griffierecht niet terug en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter P.B. van Onzenoort op 29 maart 2023.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de omgevingsvergunning wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.