ECLI:NL:RBZWB:2023:191
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing omgevingsvergunning voor plaatsing garages nabij erfgrens
Eisers, eigenaren van percelen nabij het perceel van de vergunninghouder, maakten bezwaar tegen de omgevingsvergunning voor het plaatsen van drie garages, met garagedeuren op de erfgrens. Het college verklaarde het bezwaar gegrond vanwege het ontstaan van een vergunning van rechtswege, maar handhaafde de vergunning met aanvullende motivering.
De rechtbank oordeelt dat de vergunninghouder belanghebbende is bij de aanvraag omdat hij eigenaar is van het perceel waarop gebouwd wordt, ondanks het risico op civielrechtelijke procedures vanwege de plaatsing van de garagedeuren op de erfgrens. De rechtbank vindt dat het bouwplan niet aannemelijk onmogelijk is.
Verder concludeert de rechtbank dat de garages niet in strijd zijn met het bestemmingsplan 'Gemengd' met functieaanduiding detailhandel. De bestemming is ruim en omvat ook bijbehorende voorzieningen zoals parkeervoorzieningen. De garages kunnen verhuurd worden voor detailhandel, kantoor of dienstverlening, ook als opslagruimte.
De door eisers aangevoerde privaatrechtelijke belemmeringen en belangenafweging behoeven geen behandeling nu het bestemmingsplan niet wordt geschonden. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.