Belanghebbende heeft in 1995 een lijfrenteverzekering afgesloten die in 2018 is geëxpireerd. Het opgebouwde lijfrentekapitaal van € 20.308 is in 2018 overgeboekt naar een lijfrentespaarrekening bij ABN AMRO. Belanghebbende bracht in haar aangifte inkomstenbelasting 2018 een aftrekpost voor premies inkomensvoorzieningen op basis van deze overboeking in.
De inspecteur weigerde deze aftrek omdat het kapitaal al eerder was opgebouwd en de premies daarvoor reeds aftrekbaar waren verklaard. De rechtbank bevestigt dat de waardeoverdracht fiscaal geruisloos is en dat het bedrag niet opnieuw tot het inkomen behoort, waardoor er geen nieuwe aftrekpost ontstaat.
De rechtbank concludeert dat de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2018 terecht is vastgesteld en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
De uitspraak is gedaan door rechter D.A. Hage en griffier M.A.M. van Meer op 13 januari 2023 te Breda. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.