Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
1.079,00
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres is eigenaar van vier loodsen en bijbehorende oesterputten die gedaagde, een oesterbedrijf, al tientallen jaren gebruikt. Na het beëindigen van een erfpachtrecht in 2021 heeft eiseres de loodsen in bruikleen gegeven aan gedaagde, met verlengingen tot medio 2022. Eiseres zegde de bruikleenovereenkomst op per 1 oktober 2022 vanwege de slechte bouwkundige staat en veiligheidsrisico’s van de panden, ondersteund door rapportages van bouwkundige en installatie-experts.
Gedaagde betwist de opzegging en stelt dat de loodsen veilig en geschikt zijn en dat de opzegtermijn niet redelijk was. Ook voert zij aan dat haar bedrijfsactiviteiten ernstig worden belemmerd door ontruiming, omdat de alternatieve locatie nog niet volledig gebruiksklaar is.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de bruikleenovereenkomst voor onbepaalde tijd vrij opzegbaar is zonder zwaarwegende grond, mede gezien het tijdelijke karakter en de professionele partijen. De opzegtermijn van twee maanden is voldoende, temeer omdat gedaagde feitelijk al zes maanden tijd heeft gehad om te ontruimen. De belangenafweging leidt tot toewijzing van de ontruimingsvordering, omdat het risico op instorting en letsel bij gebruik van de loodsen zwaarder weegt dan het belang van gedaagde bij voortzetting. De machtiging tot eigen ontruiming wordt afgewezen, maar een dwangsom wordt opgelegd tot maximaal €100.000. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt gedaagde tot ontruiming van de loodsen en oesterputten binnen veertien dagen en legt een dwangsom op tot maximaal €100.000.