ECLI:NL:RBZWB:2023:1816
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep wegens niet tijdig beslissen op bezwaar Wajong-uitkering
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 27 december 2021 waarin werd bepaald dat hij niet in aanmerking komt voor een Wajong-uitkering. Dit bezwaar werd ingediend op 17 januari 2022. Verweerder, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, heeft niet binnen de wettelijke termijn van zeventien weken beslist, ondanks uitstel en instemming van eiser.
Eiser stelde verweerder op 1 november 2022 in gebreke en startte vervolgens beroep wegens het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen. Hoewel een fysieke hoorzitting met een verzekeringsarts noodzakelijk is voor een zorgvuldige heroverweging, is de vertraging door personeelstekort niet onbegrensd.
De rechtbank stelt een redelijke termijn van vier maanden voor verweerder om alsnog te beslissen en legt een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding, met een maximum van €15.000. Daarnaast moet verweerder het betaalde griffierecht en proceskosten vergoeden aan eiser. De uitspraak is gedaan door rechter I.M. Josten op 16 maart 2023.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen vier maanden alsnog te beslissen, met oplegging van een dwangsom.