ECLI:NL:RBZWB:2023:169
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen terugvordering voorschot NOW-1 wegens niet tijdige aanvraag definitieve vaststelling
Eiser, handelend onder een handelsnaam voor de levering van gas, ontving een voorschot van € 5.898,- op grond van de NOW-1 regeling. De minister besloot dit voorschot terug te vorderen omdat eiser geen tijdige aanvraag voor definitieve vaststelling had ingediend, ondanks herinneringen en een verlengde termijn tot 9 januari 2022. Eiser voerde aan dat hij in de veronderstelling verkeerde dat zijn accountant de aanvraag zou indienen en dat hij door ziekte niet tijdig kon handelen.
De rechtbank oordeelt dat het misverstand met de accountant voor risico van eiser komt en dat de enkele stelling van ziekte onvoldoende is om overmacht aan te nemen. Er is geen bewijs dat niemand binnen het bedrijf de aanvraag kon indienen. De minister mocht daarom ambtshalve de subsidie op nihil vaststellen en het voorschot terugvorderen. Hoewel het besluit onvoldoende gemotiveerd was, passeert de rechtbank dit gebrek omdat eiser niet in zijn belangen is geschaad.
De rechtbank concludeert dat de minister in redelijkheid heeft gehandeld en verklaart het beroep ongegrond. Het griffierecht wordt aan eiser vergoed vanwege de geconstateerde motiveringsgebreken. Er zijn geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het voorschot van € 5.898,- wordt teruggevorderd.