Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 maart 2023 in de zaak tussen
[naam eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres,
Dienst Uitvoering Onderwijs(DUO), verweerder.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres heeft een openstaande studieschuld en verzocht in 2009 om het inkomen van haar partner buiten beschouwing te laten bij de draagkrachtberekening. DUO stelde daarop de maandbedragen vast voor de jaren 2017 tot en met 2022. Eiseres maakte in februari 2022 bezwaar tegen de resterende duur van de aflosfase, maar dit bezwaar werd door DUO niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank stelt vast dat de primaire besluiten tijdig zijn ontvangen door eiseres en dat de bezwaartermijn zes weken bedroeg. Het bezwaar werd echter pas in maart 2022 ontvangen, ruim na het verstrijken van de termijnen. Eiseres voerde aan dat zij niet tijdig bezwaar kon maken omdat DUO onjuiste gegevens hanteerde en dat haar brief van februari 2022 een verzoek tot herziening betrof, waarvoor geen termijn geldt.
De rechtbank oordeelt dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. De besluiten vermeldden duidelijk dat het inkomen van de partner niet werd meegeteld en dat de aflosfase daardoor langer duurde. Eiseres had tijdig bezwaar moeten maken om haar belangen te beschermen. Ook is de brief van februari 2022 geen verzoek om herziening, maar een bezwaarschrift. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare omstandigheden.