Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.[naam eiser 1] , uit [plaatsnaam 1] , eiser 1,
2.[naam eiser 2] en [naam eiseres] , eisers 2,
1. Wat zijn de feiten?
2. Hebben eisers procesbelang?
Eisers hebben daaraan toegevoegd dat het college ook onvoldoende rekening heeft gehouden met de trillings-, stof- en geluidsoverlast die zij ervaren als gevolg van het gebruik van de bouwweg en met de inbreuk die wordt gemaakt op hun privacy.
- verklaart de beroepen (BRE 21/3617 en BRE 21/3454) tegen bestreden besluiten I gegrond;
- vernietigt bestreden besluiten I;
- draagt het college op een nieuw besluit te nemen op de bezwaren met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 181,- eiser 1 te vergoeden;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 181,- eisers 2 te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiser 1 tot een bedrag van € 1.674,-;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eisers 2 tot een bedrag van € 1.674,-;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding van immateriële schade aan eiser 1 tot een bedrag van € 500,-;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding van immateriële schade aan eisers 2 tot een bedrag van € 500,-.