ECLI:NL:RBZWB:2023:1481

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 maart 2023
Publicatiedatum
9 maart 2023
Zaaknummer
10005935_E08032022
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Van Dijke
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 88 lid 2 RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot betaling openstaande energierekening na beëindiging overeenkomst

Gedaagden sloten via een gevolmachtigde een vierjarige overeenkomst met Total voor levering van energie, gestart op 1 augustus 2019. Ondanks facturering en herhaalde aanmaningen betaalden gedaagden de voorschotbedragen voor oktober 2019, december 2019 en januari 2020 niet volledig, waarna Total de overeenkomst beëindigde en een eindafrekening opstelde.

Gedaagden erkenden een schuld maar betwistten de hoogte van de vordering, stellende dat zij een contante betaling van €2.410,00 aan de gevolmachtigde hadden gedaan, zonder kwitantie. Total betwistte dit en vroeg bewijs, dat niet werd geleverd. Gedaagden verschenen niet op de zitting, waardoor de kantonrechter aan het niet verschijnen de gevolgtrekking verbond dat de specificatie van de hoofdsom niet werd betwist.

De kantonrechter oordeelde dat het verweer onvoldoende was onderbouwd en kende de hoofdsom van €4.813,57, de wettelijke rente vanaf dagvaarding en buitengerechtelijke incassokosten van €606,36 toe. Gedaagden werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van in totaal €6.389,56 plus rente en proceskosten van €1.286,37. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van €6.389,56 plus wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer: 10005935 \ CV EXPL 22-2185
Vonnis van 8 maart 2023
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
TOTALENERGIES POWER & GAS NEDERLAND B.V., h.o.d.n. TOTAL GAS & POWER NEDERLAND,
gevestigd en kantoorhoudende te ‘s-Gravenhage,
eisende partij,
hierna te noemen: Total,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen
1. de vennootschap onder firma
[gedaagde sub 1],
gevestigd en kantoorhoudende te [plaats 1] ,
2.
[gedaagde sub 2], vennoot van gedaagde sub 1,
wonende te [plaats 2] ,
3.
[gedaagde sub 3], vennoot van gedaagde sub 1,
wonende te [plaats 3] ,
gedaagde partij,
hierna gezamenlijk ook te noemen: [gedaagden] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 10 augustus 2022 en de daarin genoemde stukken,
- de brief van 25 januari 2023 van GGN, met aanvullende producties,
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 6 februari 2023. Namens [gedaagden] is niemand ter zitting verschenen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[gedaagden] heeft via een gevolmachtigde een overeenkomst voor de levering van energie gesloten met Total voor de duur van vier jaar. De levering van energie is op 1 augustus 2019 gestart.
2.2.
Total heeft aan [gedaagden] facturen gezonden voor de betaling van voorschotbedragen van ieder € 2.168,00. De voorschotbedragen voor de maanden oktober 2019, december 2019 en januari 2020 heeft [gedaagden] (deels) onbetaald gelaten. Total heeft daarop de overeenkomst beëindigd en een eindafrekening opgemaakt.
2.3.
Ondanks herhaalde aanmaning is [gedaagden] niet tot betaling van de voorschotbedragen over gegaan.
2.4.
Per e-mail van 7 december 2021 heeft [gedaagden] aan de gemachtigde van Total aangegeven dat het openstaande bedrag niet klopte en dat alles netjes betaald was. Ondanks herhaaldelijk verzoek om betaalbewijzen door de gemachtigde van Total heeft [gedaagden] niet meer gereageerd.

3.Het geschil

3.1.
Total vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagden] tot betaling van € 6.389,35 (bestaande uit de hoofdsom van € 4.813,57, de buitengerechtelijke incassokosten van € 606,36 en rente van € 969,63), vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding en proceskosten.
3.2.
[gedaagden] voert verweer. [gedaagden] erkent nog een bedrag aan Total verschuldigd te zijn, maar betwist de juistheid van de hoogte van de vordering. [gedaagden] heeft, bij wijze van voorschot, € 2.410,00 contant aan de gevolmachtigde betaald. Voor dit bedrag zou [gedaagden] nog een factuur ontvangen, welke zij niet heeft ontvangen. Van de betaling heeft [gedaagden] ook geen kwitantie ontvangen. Het contant betaalde bedrag dient in mindering te strekken op de vordering.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 6 februari 2023. [gedaagden] is, hoewel daartoe opgeroepen, niet verschenen. Op grond van artikel 88 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan de kantonrechter uit het niet-verschijnen ter terechtzitting de gevolgtrekking maken die hij geraden acht. In dit geval verbindt de kantonrechter aan dit niet-verschijnen van [gedaagden] op de zitting de gevolgtrekking dat [gedaagden] de juistheid van de namens Total nader overgelegde specificatie van de hoofdsom niet heeft betwist. De kantonrechter zal dan ook van de juistheid van de specificatie uitgaan.
4.2.
Ter zitting heeft Total gesteld het vreemd te vinden dat een overeenkomst wordt aangegaan en dat daarbij een contante betaling zou worden verricht aan een tussenpersoon. Van de gestelde betaling heeft [gedaagden] geen bewijs overgelegd, ondanks herhaaldelijk verzoek daartoe. Total betwist dan ook dat [gedaagden] een contante betaling heeft verricht aan de gevolmachtigde.
4.3
Aangezien de niet weersproken nadere stellingen van Total het verweer van [gedaagden] voldoende weerleggen en de vordering geheel kunnen dragen, zal de gevorderde hoofdsom van € 4.813,57 worden toegewezen.
4.4
[gedaagden] heeft geen afzonderlijk verweer gevoerd tegen de gevorderde wettelijke rente. Aangezien aan de wettelijke vereisten is voldaan, wordt de gevorderde rente toegewezen.
4. 5 Nu niet voldoende is gebleken of Total de wettelijke rente of de wettelijke handelsrente heeft bedoeld te vorderen, zal de kantonrechter de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro toewijzen.
4.6
Total vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. Daarom wordt € 606,36 toegewezen.
4.7
Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:
- hoofdsom
- verschenen rente

4.813,57
969,63
- buitengerechtelijke incassokosten
606,36
+
Totaal
6.389,56
4.8
[gedaagden] is de partij die ongelijk krijgt en zij zal daarom hoofdelijk in de proceskosten worden veroordeeld, met dien verstande dat als vergoeding van kosten voor een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel niet meer wordt toegekend dan het in dit geval redelijke en gebruikelijke forfaitaire bedrag van € 5,08. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van Total als volgt vastgesteld:
- kosten van de dagvaarding
112,37
- griffierecht
514,00
- salaris gemachtigde
660,00
(2 punten × € 330,00)
Totaal
1.286,37
4.9
De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk om aan Total te betalen een bedrag van € 6.389,56, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag, met ingang van 30 juni 2022 tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van Total tot dit vonnis vastgesteld op € 1.286,37,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van Dijke, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2023.