Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
[eiser in conventie] B.V.,
1.De procedure
2.Het geschil
3.De beoordeling
€ 61.764,23 over de periode januari 2008 tot en met 1 maart 2013.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De curator van het faillissement van een groothandel in ijzer- en metaalwaren vordert betaling van een rekening-courantvordering van circa €34.900 en buitengerechtelijke incassokosten van de gedaagde, tevens bestuurder en aandeelhouder van de gefailleerde vennootschap. De gedaagde betwist de vordering en voert een beroep op verrekening met kosten voor het onderhoud van twee paarden die door de gefailleerde zijn aangeschaft.
De rechtbank stelt vast dat de rekening-courantvordering niet voldoende is betwist en wijst deze toe, maar beperkt de wettelijke rente tot de datum van dagvaarding. De curator stelt tevens dat de gedaagde zich onrechtmatig heeft toegeëigend van de paarden door deze op eigen naam te laten registreren en na faillissement in bezit te houden. De rechtbank oordeelt dat de toe-eigening vóór faillissement niet is bewezen en dat de curator het paard dat nog bij de gedaagde staat kan ophalen, waardoor een schadevergoeding niet toewijsbaar is.
Verder wijst de rechtbank de buitengerechtelijke incassokosten toe tot het wettelijk maximum en veroordeelt de gedaagde in beslagkosten en proceskosten. De vordering van de gedaagde tot opheffing van derdenbeslagen wordt niet behandeld omdat de curatorvordering grotendeels wordt toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot betaling rekening-courant en incassokosten toe en wijst de schadevergoeding wegens onrechtmatige toe-eigening af.