ECLI:NL:RBZWB:2023:135
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over overschrijding beslistermijn kinderopvangtoeslag
Eiser heeft op 13 januari 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van zijn situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, ondanks een ingebrekestelling van eiser op 14 januari 2022, die op 19 januari 2022 door verweerder is ontvangen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden. Verweerder wordt opgedragen binnen elf weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Verweerder had verzocht om een langere termijn van dertien weken, maar de rechtbank acht elf weken redelijk gezien de omvang van de achterstanden en de noodzaak tot zorgvuldige behandeling.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100,- per dag op voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000,-. Verweerder moet ook het betaalde griffierecht van €50,- aan eiser vergoeden en de proceskosten van €418,50 betalen, berekend op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank ziet geen aanleiding om de termijn te verlengen met vertraging door toedoen van eiser.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen elf weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom en vergoeding van proceskosten.