ECLI:NL:RBZWB:2023:1291
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Dijkman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot plaatsing minderjarige bij oom en tante in Polen wegens onduidelijk gezagsregeling
De gecertificeerde instelling verzocht de kinderrechter om toestemming voor plaatsing van een minderjarige, die onder toezicht staat en een machtiging tot uithuisplaatsing heeft, bij haar oom en tante in Polen. De minderjarige wenst zelf graag bij hen te wonen en de oom en tante staan open voor deze zorg. De moeder, die het gezag heeft, gaf tijdens de mondelinge behandeling alsnog toestemming voor de plaatsing en is bereid het gezag over te dragen.
De kinderrechter beoordeelde de rechtsmacht en toepasselijk recht en paste artikel 1:306 BW Pro analoog toe, omdat de wet geen regeling kent voor buitenlandse plaatsing bij ondertoezichtstelling. Ondanks de wens van de minderjarige en positieve bevindingen over de oom en tante, weegt de kinderrechter zwaar dat het gezag nog bij de moeder in Nederland ligt en dat er geen duidelijke regeling is wie in Polen belangrijke beslissingen kan nemen.
De samenwerking tussen moeder en oom en tante is moeizaam, en de gecertificeerde instelling heeft nog geen overdracht van toezicht aan een Poolse instantie geregeld. De kinderrechter acht het risico te groot dat beslissingen niet tijdig kunnen worden genomen. Daarom wordt het verzoek afgewezen, met de mogelijkheid voor de gecertificeerde instelling om opnieuw toestemming te vragen als de gezags- en toezichtregeling in Polen duidelijk is.
Uitkomst: Het verzoek tot plaatsing van de minderjarige bij haar oom en tante in Polen wordt afgewezen vanwege onduidelijkheid over gezags- en besluitvormingsregeling.