ECLI:NL:RBZWB:2023:1250
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Ebben
- Rechtspraak.nl
Afwijzing huurvordering en toewijzing verrekening in huurovereenkomst
In deze civiele bodemzaak stond de vraag centraal of eiseres in conventie recht had op betaling van de huur over juni 2020. De rechtbank handhaafde het tussenvonnis van december 2022 waarin was geoordeeld dat eiseres niet had bewezen dat de staat van het gehuurde was verslechterd. De bewindvoerder erkende de huur verschuldigd te zijn, maar stelde een beroep op verrekening met een te veel betaald bedrag.
De rechtbank oordeelde dat dit beroep op verrekening slaagde omdat eiseres dit niet voldoende had gemotiveerd weersproken. Hierdoor werd de vordering tot betaling van de huur afgewezen. Daarnaast werd eiseres veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van de bewindvoerder en de andere gedaagden in conventie en reconventie.
De beslissing bevestigt dat verrekening een rechtsgeldig verweer kan vormen tegen een huurvordering en benadrukt het belang van voldoende gemotiveerde tegenwerpingen. De proceskosten werden vastgesteld conform de gemaakte punten en tarieven. Het vonnis werd uitgesproken door kantonrechter Ebben op 22 februari 2023.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de huur over juni 2020 wordt afgewezen wegens geslaagde verrekening.