Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een opvolgende rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor vijf jaar voor een cliënt met de ziekte van Korsakov. De rechtbank constateerde dat het verzoek te laat was ingediend, namelijk na de expiratiedatum van de vorige machtiging, waardoor het verzoek als een eerste machtiging moest worden aangemerkt. Tijdens de mondelinge behandeling gaf de cliënt aan niet langer opgenomen te willen blijven, terwijl de arts en verzorgende bevestigden dat opname noodzakelijk is vanwege ernstige verwaarlozing en psychogeriatrische achteruitgang.
De rechtbank nam de medische verklaring en het behandelplan in overweging en concludeerde dat de opname noodzakelijk is om ernstig nadeel te voorkomen. Vanwege de termijnoverschrijding kon de machtiging echter niet voor vijf jaar worden verleend, maar slechts voor maximaal zes maanden met aftrek van de dagen dat de cliënt zonder machtiging was opgenomen. De machtiging geldt tot en met 13 juli 2023. De rechtbank wees het meer of anders verzochte af en benadrukte dat het CIZ de werkprocessen moet verbeteren om toekomstige termijnoverschrijdingen te voorkomen.
Uitkomst: De rechtbank verleent een eerste rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor maximaal zes maanden tot en met 13 juli 2023 wegens te late indiening van het verzoek.