Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2023:111

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 januari 2023
Publicatiedatum
10 januari 2023
Zaaknummer
10221388_E04012023
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
  • Ponds
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 lid 1 Brussel I bis-verordening (EU nr. 1215/2012)Art. 4 lid 1 onder b Rome I-verordening (EG nr. 593/2008)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering buitenlandse ziekenhuis tegen Nederlandse patiënt wegens onbetaalde medische kosten

Eiseres, een in België gevestigd ziekenhuis, vordert betaling van een bedrag van €368,71 van gedaagde, een in Nederland woonachtige patiënt, wegens onbetaalde medische kosten. Gedaagde is niet verschenen ondanks behoorlijke dagvaarding, waardoor verstek is verleend.

De rechter stelt vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van Brussel I bis-verordening en dat het geschil internationaal van aard is. Toepasselijk recht is Belgisch recht, omdat de dienstverlener in België is gevestigd en er geen rechtskeuze is gemaakt.

De vordering wordt niet onrechtmatig of ongegrond bevonden en wordt toegewezen. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag, rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €368,71 met rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken
Bergen op Zoom
zaak/rolnr.: 10221388 CV EXPL 22-3456
vonnis d.d. 4 januari 2023
inzake
de buitenlandse rechtspersoon Het Ziekenhuisnetwerk Antwerpen,
gevestigd te Antwerpen (België),
eiseres,
gemachtigde: Modero Nederland B.V., gerechtsdeurwaarders te Amsterdam,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonadres] ,
gedaagde,
niet verschenen.

1.Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de dagvaarding van 10 november 2022 met producties.

2.Het geschil en de beoordeling

2.1
Eiseres heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 368,71, te vermeerderen met de rente van 1,50% op jaarbasis over een bedrag van € 312,75 vanaf 29 oktober 2022 tot en met de dag dat de volledige vordering is betaald, alsmede met veroordeling van gedaagde in de kosten van de procedure.
2.2
Gedaagde is, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet ter zitting verschenen en heeft ook niet tijdig een schriftelijk antwoord ingediend of om uitstel verzocht, zodat tegen haar verstek is verleend.
2.3
Nu eiseres is gevestigd in België en gedaagde woonachtig is in Nederland draagt de vordering een internationaal karakter en dient allereerst de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is van de vordering kennis te nemen. De Nederlandse rechter is op grond van artikel 4 lid 1 van Pro de herschikte verordening (EU) nr. 1215/2012 (Brussel I bis) bevoegd van het onderhavige geschil kennis te nemen. De kantonrechter te Bergen op Zoom is, gelet op de woonplaats van gedaagde, bevoegd om van het geschil kennis te nemen.
2.4
Voorts is aan de orde welk recht op onderhavig geschil van toepassing is. Dit dient te worden beantwoord aan de hand van de Verordening (EG) nr. 593/2008 van 17 juni 2008 (Rome I). Nu gesteld noch gebleken is dat partijen ter zake de voorliggende overeenkomst een rechtskeuze hebben gedaan, geeft artikel 4 lid 1 aanhef Pro onder b de geldende regel weer.
Uitgaande van dienstverlening door een in België gevestigd ziekenhuis aan een Nederlandse patiënt wordt de overeenkomst beheerst door het recht van het land waar de dienstverlener is gevestigd. Aldus luidt de conclusie dat op onderhavige medische behandeling het Belgische recht van toepassing is.
2.3
Nu de vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal deze worden toegewezen.
2.4
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Deze proceskosten worden tot op heden begroot op:
- explootkosten € 107,22
- salaris gemachtigde € 75,00
- griffierecht € 128,00
------------
totaal € 310,22

3.De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 368,71, te vermeerderen met de rente van 1,5% op jaarbasis over € 312,75 vanaf 29 oktober 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 310,22;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 januari 2023, in tegenwoordigheid van de griffier.