ECLI:NL:RBZWB:2022:96
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens niet tijdig besluit Wob-verzoek
Verzoeker stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar tegen een Wob-besluit van 2 december 2020. Nadat het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal op 22 november 2021 alsnog op het bezwaar had beslist, trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank beoordeelde het verzoek om proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:54 Awb Pro zonder zitting. Gezien de tegemoetkoming van verweerder en de intrekking van het beroep, wees de rechtbank het verzoek toe. De zaak werd als licht beschouwd, conform jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De proceskosten werden vastgesteld op € 379,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht. Daarnaast wees de rechtbank erop dat verweerder verplicht is het griffierecht van € 181,- te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door rechter L.P. Hertsig op 7 januari 2022.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 379,50.