Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen inzake de aan derde partij verleende omgevingsvergunning voor het veranderen van de werking van een overslaginrichting. Eiser klaagde over geluidsoverlast en lichthinder door de activiteiten en verlichting van de inrichting.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de inrichting binnen de geldende geluidsgebiedswaarden blijft en dat de maximale geluidsniveaus op de woning van eiser niet worden overschreden. Het verzoek van eiser om stillere technieken, een geluidswal of nachtelijke beperkingen is daarom niet gegrond. Ook de lichthinder is onvoldoende om het beroep te honoreren, mede gezien de afstand tot de lichtmasten en reeds getroffen maatregelen.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en wijst het af zonder proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.