ECLI:NL:RBZWB:2022:885
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking bijstandsuitkering Participatiewet
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg om zijn bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet met ingang van 5 juli 2021 te beëindigen en de ontvangen uitkering over de periode tot 1 december 2021 terug te vorderen.
De voorzieningenrechter beoordeelde het spoedeisend belang van verzoeker voor het treffen van een voorlopige voorziening. Verzoeker stelde dat hij niet meer in zijn levensonderhoud kon voorzien vanwege schulden en huurachterstand. Echter, de voorzieningenrechter oordeelde dat dit onvoldoende was om het spoedeisend belang aan te nemen, mede omdat verzoeker inmiddels een nieuwe bijstandsaanvraag had ingediend en een voorschot had ontvangen.
Daarnaast wees de voorzieningenrechter op procedurele aspecten, zoals het feit dat een hoorzitting over het bezwaar gepland stond en de beslissing op bezwaar spoedig zou volgen. Ook werd opgemerkt dat het college mogelijk de grondslag en datum van intrekking nader zou moeten motiveren.
Uiteindelijk wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen intrekking bijstandsuitkering wordt afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang.