Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
“afkomstig uit enig misdrijf”, is niet vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.
(stap I). Van de verdachte mag worden verlangd dat zij een verklaring geeft waaruit blijkt dat de ten laste gelegde voorwerpen
nietvan misdrijf afkomstig zijn
(stap II). Die verklaring moet concreet, verifieerbaar, en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn
(stap III). Als de verdachte een zodanige verklaring geeft, ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar die verklaring. Als een dergelijke verklaring is uitgebleven, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn bewijsoverwegingen
(stap IV). Mede op basis van de resultaten van dat onderzoek moet ten slotte worden beoordeeld of ondanks de verklaringen van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat (het niet anders kan zijn dan dat) het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is
(stap V).
€ 94.683,73meer contant is uitgegeven door verdachte en haar echtgenoot, dan dat zij voorhanden zouden kunnen hebben. Uit een analyse van de bankrekeningen van verdachte en haar echtgenoot blijkt verder dat de legale inkomsten (de AOW-uitkering, overboeking vanuit [naam 1] en de belastingteruggaven) niet toereikend zijn om de uitgaven te kunnen bekostigen. Dit is alleen mogelijk geweest, doordat er in de onderzoeksperiode voor een bedrag van € 58.965 aan contante stortingen heeft plaatsgevonden.
‘kosten koper’bij deze transacties worden begroot op € 31.507. Het maximaal gespaarde bedrag is daardoor € 175.135 - € 31.507 = € 143.628.
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het ten laste gelegde feit.