Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
In de zaak van het verzoek en de tegenverzoeken
2.De feiten
In de zaak van het verzoek en de tegenverzoeken
3.Het geschil
In de zaak van het verzoek
4.De beoordeling
Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 3, pag. 34). Uit wat hiervoor in het kader van de bespreking van de verstoring van de arbeidsverhouding is besproken, volgt dat daarvan naar het oordeel van de kantonrechter sprake is. Dit brengt met zich dat de proceduretijd niet in mindering zal worden gebracht op de opzegtermijn. Het einde van de arbeidsovereenkomst zal daarom worden bepaald op 1 augustus 2022.
5.De beslissing
8 april 2022in te trekken door middel van een schriftelijke mededeling aan de griffier, met toezending van een kopie daarvan aan (de gemachtigde van) [verweerder] .