ECLI:NL:RBZWB:2022:8622
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Kool
- [naam03]
- [naam02]
- Rechtspraak.nl
Pachter faalt in bewijs dat perceel groter is dan één hectare; pachtovereenkomst opgezegd en ontruiming bevolen
In deze bodemzaak bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant stond centraal of het perceel landbouwgrond dat onderwerp is van de pachtovereenkomst groter is dan één hectare, wat gevolgen heeft voor de toepasselijkheid van de bepalingen van artikel 7:395 lid 1 BW Pro. De pachter werd door de rechter-commissaris opgedragen dit te bewijzen.
De pachter overlegde een meting van een extern bedrijf waaruit een oppervlakte van 10.008 m² bleek, maar deze werd betwist door de eigenaar. Het Kadaster voerde een grensreconstructie uit waaruit een oppervlakte van 9.985 m² bleek. De pachtkamer oordeelde dat de metingen onvoldoende zekerheid boden dat het perceel groter is dan één hectare, mede vanwege een mogelijke meetonnauwkeurigheid.
De verklaring van de pachter als partijgetuige werd als onvoldoende bewijs beoordeeld. Gezien het niet slagen in het bewijs, werd vastgesteld dat de bepalingen van artikel 7:395 lid 1 BW Pro niet van toepassing zijn op de pachtovereenkomst. De pachtovereenkomst werd opgezegd en de pachter veroordeeld tot ontruiming van het perceel per 16 juli 2022, met een dwangsom bij niet-naleving. De vorderingen tot vaststelling van de einddatum van de pacht en vergoeding van buitengerechtelijke kosten werden afgewezen.
Uitkomst: Pachter wordt veroordeeld tot ontruiming van het perceel per 16 juli 2022 met een dwangsom bij niet-naleving.