ECLI:NL:RBZWB:2022:8386
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen dwangbevel wegens niet-betaalde geldboete ongegrond verklaard
Veroordeelde heeft verzet aangetekend tegen een dwangbevel van 25 maart 2022 waarin een bedrag van €2.000,- werd gevorderd wegens niet-betaling van een opgelegde geldboete. Hij stelde dat hij nooit aanmaningen of verhogingen had ontvangen en dat het dwangbevel daarom onterecht was.
De rechtbank stelde vast dat veroordeelde bij vonnis van 5 november 2020 een geldboete van €4.000,- was opgelegd, waarvan €2.000,- voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en dat een betalingsregeling was overeengekomen. Veroordeelde heeft geen hoger beroep ingesteld, waardoor het vonnis onherroepelijk is. Het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) heeft meerdere aanmaningen en betalingsherinneringen verzonden naar het bij de Basisregistratie Personen geregistreerde adres van veroordeelde.
Veroordeelde heeft na beëindiging van de eerste betalingsregeling zelf een verzoek ingediend voor een nieuwe regeling, wat erop wijst dat hij de correspondentie heeft ontvangen. Ondanks herhaalde aanmaningen en een nieuwe regeling zijn geen betalingen ontvangen, waarna het dwangbevel is uitgevaardigd. De rechtbank concludeerde dat het dwangbevel terecht is uitgevaardigd en verklaarde het verzet ongegrond.
Uitkomst: Het verzet tegen het dwangbevel wordt ongegrond verklaard en het dwangbevel blijft in stand.