ECLI:NL:RBZWB:2022:8349

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 augustus 2022
Publicatiedatum
19 januari 2023
Zaaknummer
22-009118 en 22-009119
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 533 SvArt. 534 SvArt. 9a SrArt. 535 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning van schadevergoeding voor kosten rechtsbijstand, reiskosten en verzoekschriftbehandeling na vrijspraak

Verzoeker, vrijgesproken door de politierechter, diende een verzoek tot schadevergoeding in op grond van artikelen 530 en 533 Sv. Hij vorderde vergoeding voor kosten rechtsbijstand, reiskosten, forfaitaire vergoeding voor het verzoekschrift en vergoeding voor een dag inverzekeringstelling.

De rechtbank oordeelde dat vergoeding voor kosten rechtsbijstand (€1.447,41), reiskosten (€16,07) en forfaitaire vergoeding voor het verzoekschrift (€680,00) toewijsbaar waren. Vergoeding voor de inverzekeringstelling werd afgewezen omdat geen bevel tot inverzekeringstelling was afgegeven en de feitelijke ophouding voor onderzoek niet onder artikel 533 Sv Pro valt.

De rechtbank overwoog dat de overschrijding van de negen-uurs termijn slechts 21 minuten bedroeg en dat de wet geen grond biedt voor vergoeding van gedwongen verblijf voorafgaand aan inverzekeringstelling. Het totale toegekende bedrag bedraagt €2.143,48, dat zal worden overgemaakt aan de gemachtigde advocaat.

Uitkomst: Verzoek tot schadevergoeding deels toegewezen voor kosten rechtsbijstand, reiskosten en verzoekschriftbehandeling, vergoeding voor inverzekeringstelling afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: 02/287347-21
rk-nummers: 22-009118 en 22-009119
Beslissing op het verzoekschrift ex artikelen 533 en 530 van het Wetboek van Strafvordering
Beslissing op het verzoekschrift ex artikelen 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 26 april 2022, in de zaak:
[verzoeker]geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonadres] ,
woonplaats kiezende ten kantore van mr. G.J.P.M. Mooren, Bredaseweg 257, 5038 NG Tilburg

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 533 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
- € 130,00, € 130,00, voor schade wegens ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis;
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 1.447,41, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • € 16,07, voor vergoeding van reiskosten;
  • te vermeerderen met de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift ad € 340,00 dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de aantekening van het mondelinge vonnis van de politierechter van 1 februari 2022 waarbij verzoeker is vrijgesproken;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
Op 22 juli 2022 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie en mr. G.J.P.M. Mooren als gemachtigd advocaat van verzoeker gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Namens verzoeker is aangevoerd dat hij bij uitspraak van de politierechter van 1 februari 2022 is vrijgesproken van een jegens verzoeker tenlastegelegd strafbaar feit. Er is geen hoger beroep ingesteld tegen deze uitspraak. Verzoeker heeft kosten van rechtsbijstand moeten maken in deze zaak ter hoogte van € 1.447,41. Verzoeker vraagt de rechtbank deze kosten ten laste van Staatskas te laten komen. Daarnaast vraagt verzoeker de forfaitaire vergoeding ter zake het opstellen, indienen en behandelen van onderhavig verzoekschrift in raadkamer ter hoogte van € 680,00. Voorts heeft verzoeker één dag in verzekering gesteld gezeten. Hoewel er formeel niet een bevel tot inverzekeringstelling is afgegeven is verzoeker buiten de negen-uurs termijn voor ophouding voor onderzoek heengezonden te weten van 23 oktober 2021 te 09:50 uur tot 23 oktober 2021 te 19:11 uur. Verzoeker meent recht te hebben op een bedrag van € 130,00. Ten slotte heeft verzoeker reiskosten moeten maken om bij de inhoudelijke behandeling van zijn strafzaak aanwezig te kunnen zijn ter hoogte van € 16,07. Redenen waarom verzoeker de rechtbank vraagt zijn verzoekschrift toe te wijzen.
De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat de gevraagde vergoeding toegekend kan worden voor wat betreft de verzochte kosten van rechtsbijstand, de reiskosten en de forfaitaire vergoeding. De kosten voor de onterecht ondergane (voorlopige) hechtenis dient afgewezen te worden nu er geen bevel van inverzekeringstelling is afgegeven. Het ophouden voor verhoor valt niet onder de reikwijdte van artikel 533 Sv Pro.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.
Ingevolge artikel 533 Sv Pro kan aan een verdachte die niet wordt veroordeeld of wiens zaak wordt
geseponeerd een vergoeding worden toegekend van de schade die hij ten gevolge van ondergane
verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden.
Ingevolge artikel 530 Sv Pro wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in
de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, en kan een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens in het zich hier niet voordoende geval dat - kort gezegd - de raadsman was toegevoegd, in de kosten van een raadsman.
Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
De rechtbank stelt vast dat verzoeker op 23 oktober 2021 te 09:50 uur is aangehouden en op 23 oktober 2021 te 19:11 uur is heengezonden. Er is nimmer een bevel tot inverzekeringstelling gegeven en verzoeker heeft ook nimmer in verzekering doorgebracht op het politiebureau. Nu er geen inverzekeringstelling heeft plaatsgevonden zal de rechtbank het verzoek afwijzen.
Voor een vergoeding van een gedwongen verblijf op het politiebureau voorafgaand aan inverzekeringstelling biedt de wet geen grond, ook niet wanneer het de nachtelijke uren betreft en evenmin als er een overschrijding van de negen-uurs termijn voor het ophouden van (strafrechtelijk) onderzoek heeft plaatsgevonden. Ook die uren kunnen dan ook niet voor vergoeding in aanmerking komen. Daarbij neemt de rechtbank in ogenschouw dat de (daadwerkelijk) overschreden termijn in casu 21 minuten betrof.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter grootte van
€ 1.447,41is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank niet onbillijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
De rechtbank is van oordeel dat de reiskosten in verband met het bijwonen van de zitting, voldoende onderbouwd zijn. De rechtbank wijst de verzochte reiskosten ter hoogte van
€ 16,07toe.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van
€ 680,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 2.143,48, bestaande uit:
- € 1.447,41 aan kosten van rechtsbijstand;
- € 16,07 aan reiskosten; en
- € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van de verzoekschriften in raadkamer;
wijst het verzoek voor het overige af.
bepaalt dat een bedrag van
€ 2.143,48zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Westpoint advocaten, onder vermelding van “ [naam] ”
Deze beslissing is op 5 augustus 2022 gegeven door mr. A. Hello, rechter, in tegenwoordigheid van J. van ‘t Westende, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 augustus 2022.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing ex artikel 533 en Pro ex 530 Sv kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv Pro).