ECLI:NL:RBZWB:2022:8343

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 juli 2022
Publicatiedatum
19 januari 2023
Zaaknummer
008877-22
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 94 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing klaagschrift wegens onbevoegdheid rechtbank Zeeland-West-Brabant

De rechtbank Zeeland-West-Brabant ontving een klaagschrift ingediend op 2 mei 2022 tegen een beslag gelegd door het Openbaar Ministerie op grond van artikel 94 Sv Pro. Klager en zijn raadsman waren opgeroepen maar verschenen niet in de raadkamer. De rechter gaf vooraf schriftelijk aan dat zij voornemens was het klaagschrift door te verwijzen naar de rechtbank Oost-Brabant omdat de feitelijke plaats van inbeslagneming de Penitentiaire Inrichting Grave was, en niet Hoogerheide zoals vermeld stond.

De rechtbank overwoog dat het klaagschrift ingevolge artikel 552a lid 3 Sv bij het gerecht moet worden ingediend waar de zaak wordt vervolgd of laatst werd vervolgd. Aangezien de zaak bij de rechtbank Oost-Brabant wordt vervolgd, verklaarde de rechtbank Zeeland-West-Brabant zich onbevoegd en verwees de zaak door naar de rechtbank Oost-Brabant locatie ’s-Hertogenbosch.

De beslissing werd op 18 juli 2022 uitgesproken door rechter H.E. Goedegebuur in aanwezigheid van griffier S.H.M.R. Chevalier-Verbunt tijdens een openbare terechtzitting. Er vond geen inhoudelijke behandeling van het klaagschrift plaats vanwege de verwijzing.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en verwijst het klaagschrift naar de rechtbank Oost-Brabant locatie ’s-Hertogenbosch.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Locatie Breda
Parketnummer: 01-063992-22
Rk-nummer: 008877-22
Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:
[klager] ,geboren op [geboortedag] 1977,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. E.G.S. Roethof te (1072 EV) Amsterdam, Ceintuurbaan 67 (postadres: Postbus 12076, 1100 AB Amsterdam).
Klager is [klager] voornoemd.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • het klaagschrift, ingediend op 2 mei 2022 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), tegen een op grond van artikel 94 Sv Pro door het Openbaar Ministerie gelegd beslag;
  • de stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Klager en zijn raadsman zijn behoorlijk opgeroepen, maar niet in raadkamer verschenen.
Voorafgaand aan de behandeling van onderhavig klaagschrift in raadkamer is namens de rechter aan de officier van justitie en de raadsman schriftelijk te kennen gegeven dat zij voornemens is om in raadkamer onderhavig klaagschrift door te verwijzen naar de rechtbank Oost-Brabant, nu volgens het Openbaar Ministerie de plaats van inbeslagname van het geld de Penitentiaire Inrichting Grave is en niet Hoogerheide zoals vermeld staat op de kennisgeving inbeslagneming. Zij heeft daarbij aangegeven dat er om die reden geen inhoudelijke behandeling van het klaagschrift in raadkamer zal plaatsvinden.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
Ingevolge artikel 552a, derde lid van het Wetboek van Strafvordering wordt het klaagschrift zo spoedig mogelijk na de inbeslagneming van de voorwerpen ingediend ter griffie van het gerecht in feitelijke aanleg, waarvoor de zaak wordt vervolgd of het laatst werd vervolgd.
Nu de zaak door de rechtbank Oost Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch, wordt vervolgd, zal de rechtbank zich onbevoegd verklaren van het klaagschrift kennis te nemen en de zaak verwijzen naar de rechtbank Oost Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch, in de stand waarin deze zich bevindt.

3.De beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het klaagschrift en verwijst de zaak naar de rechtbank Oost Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch, in de stand waarin deze zich bevindt.
Deze beslissing is op 18 juli 2022 gegeven door mr. H.E. Goedegebuur, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 juli 2022.