Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het bewijs van ontvangst van inbeslagname aan klager van 9 december 2021;
- de mededeling ex. artikel 116 Sv Pro. aan klager van 11 maart 2022;
- het klaagschrift, ingediend op 5 april 2022 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv;
- het verweerschrift van de officier van justitie;
- het proces-verbaal van aanhouding van de raadkamerbehandeling van 13 juni 2022; en
- de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
2.De beoordeling
3.De beslissing
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).