Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van het geding
2.De feiten
- [factuurnummer 1] , gedateerd 25 maart 2021, ter hoogte van € 2.056,99;
- [factuurnummer 2] , gedateerd 13 april 2021, ter hoogte van € 1.444,51;
- [factuurnummer 3] , gedateerd 13 april 2021, ter hoogte van € 7.111,51.
3.Het geschil
- € 8.011,08, bestaande uit € 10.613,01 aan hoofdsom, € 629,59 aan wettelijke handelsrente vanaf de dag van verzuim tot de dag van dagvaarding (20 april 2022) en € 881,13 aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, waarop vervolgens de (deel)betalingen van in totaal € 4.112,65 in mindering zijn gebracht;
- de wettelijke handelsrente over de hoofdsom vanaf de dag na dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;
- € 311,00 aan salaris gemachtigde;
- de proceskosten.