ECLI:NL:RBZWB:2022:8307

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 juli 2022
Publicatiedatum
18 januari 2023
Zaaknummer
22-003075 en 22-003062
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 533 SvArt. 534 SvArt. 9a SrArt. 535 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning schadevergoeding voor onterechte voorlopige hechtenis en proceskosten

Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikelen 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering tot vergoeding van schade wegens onterechte voorlopige hechtenis en de kosten verbonden aan het indienen en behandelen van het verzoekschrift. Verzoeker verbleef in totaal 16 dagen in voorlopige hechtenis, waarvan vier dagen op het politiebureau en twaalf dagen in het Huis van Bewaring. De officier van justitie stemde in met het verzoek tot vergoeding.

De rechtbank overwoog dat de zaak eindigde zonder strafoplegging en dat verzoeker recht heeft op vergoeding van de geleden schade conform de forfaitaire bedragen uit de LOVS-uitgangspunten. Voor het verblijf op het politiebureau en in de extra beveiligde inrichting is een vergoeding van €130 per dag van toepassing, en voor de overige dagen €100 per dag. De rechtbank kende daarom een bedrag van €1.720 toe voor de voorlopige hechtenis.

Daarnaast werd een forfaitaire vergoeding van €680 toegekend voor de kosten van het opstellen en behandelen van het verzoekschrift. De totale vergoeding van €2.400 wordt overgemaakt op de derdenrekening van de raadsman van verzoeker. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open.

Uitkomst: Verzoeker krijgt een schadevergoeding van €1.720 voor onterechte voorlopige hechtenis en €680 voor proceskosten toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: 02-249716-19
rk-nummers: 22-003075 en 22-003062
Beslissing op de verzoekschriften ex artikelen 533 en 530 van het Wetboek van Strafvordering
Beslissing op de verzoekschriften ex artikelen 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 11 februari 2022, in de zaak:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedag] 1970, te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezende ten kantore van mr. H. van Asselt, Molenstraat 10, 4701 JS Roosendaal.
Verzoeker is [verzoeker] voornoemd.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 533 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
- € 1.720,00, € 1.720,00, voor schade wegens ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis;
 verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
- de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift ad € 340,00 dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de aantekening van het mondelinge vonnis van de politierechter van 14 januari 2022, waarbij verzoeker is vrijgesproken;
  • de stukken waaruit blijkt dat verzoeker op 17 oktober 2019 in verzekering is gesteld en op 1 november 2019 in vrijheid is gesteld;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
Op 22 juni 2022 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. R.M.A in ’t Veld en mr. H. van Asselt als gemachtigd advocaat van verzoeker gehoord.
Namens verzoeker is aangevoerd dat hij in totaal 16 dagen onterecht in voorlopige hechtenis heeft verbleven, waarvan vier dagen op het politiebureau en hij om die reden verzoekt om toewijzing van een schadevergoeding van in totaal € 1.720,00 ( 4 x € 130,00 en 12 x € 100,00).
De officier van justitie heeft zich in raadkamer op het standpunt gesteld zich te kunnen vinden in het verzoek en heeft gesteld dat het verzoek dan ook integraal toewijsbaar is.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.
Ingevolge artikel 533 Sv Pro kan aan een verdachte die niet wordt veroordeeld of wiens zaak wordt
geseponeerd een vergoeding worden toegekend van de schade die hij ten gevolge van ondergane
verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden.
Ingevolge artikel 530 Sv Pro wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in
de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, en kan een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens in het zich hier niet voordoende geval dat - kort gezegd - de raadsman was toegevoegd, in de kosten van een raadsman.
Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Verzoeker heeft
16 dagen in verzekering en/of voorlopige hechtenisdoorgebracht[, waarvan 4 dagen op het politiebureau en 12 dagen in het Huis van Bewaring.. De LOVS-uitgangspunten gaan uit van een forfaitaire vergoeding van € 130,00 per dag voor het verblijf op het politiebureau of in het Huis van Bewaring met beperkingen of in een extra beveiligde inrichting (EBI) en € 100,00 in de overige gevallen.
De gevraagde vergoeding is conform de LOVS-uitgangspunten. De rechtbank ziet geen reden daarvan af te wijken. De rechtbank zal naar billijkheid een bedrag toekennen van
€ 1.720,00.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van de verzoekschriften in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van
€ 680,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 533 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 1.720,00, bestaande uit:
- € 1.720,00, voor schade als gevolg van ondergane voorlopige hechtenis;
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 680,00, bestaande uit:
- € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van de verzoekschriften in raadkamer;
bepaalt dat een bedrag van
€ 2.400,00zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Beheer Derdengelden Van Asselt & Broere Strafrechtadvocaten
onder vermelding van “schadevergoeding [naam] 02/249716-19.”
Deze beslissing is op 6 juli 2022 gegeven door mr. E.B. Prenger, rechter, in tegenwoordigheid van G.T.A. Schuurmans-Knoop, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 juli 2022.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing ex artikel 533 en Pro ex 530 Sv kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv Pro).