ECLI:NL:RBZWB:2022:8279

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 juli 2022
Publicatiedatum
17 januari 2023
Zaaknummer
22-009080
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a SvArt. 36b SrArt. 552f SvArt. 552d Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring klaagschrift tegen beslaglegging op motor wegens verkeersovertredingen en recidive

Klager heeft een klaagschrift ingediend tegen het beslag op zijn motor, dat was gelegd vanwege meerdere verkeersovertredingen, gevaarlijk rijgedrag, een ongeval waarbij hij de plaats verliet, en het ontbreken van een rijbewijs. Klager betwistte de feiten en stelde dat de motor gedeeltelijk gedemonteerd was en niet berijdbaar.

De officier van justitie stelde dat het beslag terecht was, gezien de ernst van de feiten, het recidivekarakter en het ontbreken van een rijbewijs. Ook wees zij op camerabeelden waarop de motor werd herkend als betrokken voertuig. Klager voerde aanvullend aan dat niet vaststaat dat hij de bestuurder was en dat het gebruik van de motor bij de strafbare feiten niet bewezen is.

De rechtbank overwoog dat het onderzoek naar een klaagschrift summier is en dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag kan rechtvaardigen. Gezien de ernst van de overtredingen, het recidivekarakter en het ontbreken van een rijbewijs achtte de rechtbank het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter de verbeurdverklaring van de motor zal bevelen.

Daarom verklaarde de rechtbank het klaagschrift ongegrond en handhaafde het beslag op de motor. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad binnen veertien dagen na betekening.

Uitkomst: Het klaagschrift tegen het beslag op de motor wordt ongegrond verklaard en het beslag wordt gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: -
rk.nummer: 22-009080
Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:
[klager]geboren op [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] ,
woonplaats kiezende ten kantore van mr. M.A. Buntsma, Delpratsingel 25 te Breda
hierna te noemen: klager.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv)], waaruit blijkt dat op 14 april 2022 onder klager in beslag is genomen: een motor van het merk, KTM, kleur, wit en voorzien van [chassisnummer] ;
  • het klaagschrift, ingediend op 5 mei 2022 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv;
  • het verweerschrift van de officier van justitie; en
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 27 juni 2022. Gehoord zijn de officier van justitie, mr. J. Castelein, klager en mr. M.A. Buntsma als raadsman van klager.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het gelegde beslag met last tot teruggave aan de klager. Daartoe is aangevoerd dat de motor gedeeltelijk gedemonteerd is en er daardoor niet op de motor gereden kan worden. Klager ontkent de feiten te hebben gepleegd en is dan ook van mening dat het belang van strafvordering niet verlangt dat het beslag wordt voortgezet. Redenen waarom klager de rechtbank verzoekt zijn klaagschrift gegrond te verklaren
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het klaagschrift ongegrond dient te worden verklaard. Op 14 april 2022 is er tegen klager proces-verbaal opgemaakt wegens meerdere verkeersovertredingen. Gelet op deze feiten is het voertuig waarop klager reed inbeslaggenomen. Er is sprake van recidive. Het inbeslaggenomen voertuig betreft een crossmotor zonder kenteken. Klager heeft zeer gevaarlijk rijgedrag vertoond. Daarnaast heeft klager een ongeval veroorzaakt en heeft hij de plaats van het ongeval verlaten. Het verweer van klager dat de motor niet berijdbaar was, gaat niet op nu de motor op de camerabeelden door verbalisanten is herkend als zijnde het voertuig dat betrokken is geweest bij het ongeval. Ook is klager niet in het bezit van een rijbewijs van de categorie A, hetgeen vereist is voor het besturen van een motorfiets. De officier van justitie is van mening dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de motor zal bevelen.
In aanvulling op het klaagschrift is in raadkamer namens klager aangevoerd dat op basis van het dossier niet vastgesteld kan worden dat klager de bestuurder van de motor was en ook niet dat de motor werd gebruikt bij de door de officier van justitie genoemde strafbare feiten. Gelet hierop is het hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurd-verklaring van de motor zal bevelen.

2.De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in het klaagschrift.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad sinds HR 28 september 2010, ECLI:NL: HR:2010:BL2823, NJ 2010/654, r.o. 2.8 en 2.9, dient de rechter, in geval van een klaagschrift tegen een op grond van artikel 94 Sv Pro gelegd beslag:
a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard en kan, mits de hiervoor bedoelde ander zelf een klaagschrift heeft ingediend, de teruggave aan die rechthebbende worden gelast.
Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave indien het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv Pro de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen. Voorts verzet het door artikel 94 Sv Pro beschermde belang van strafvordering zich tegen teruggave indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen, al dan niet naar aanleiding van een afzonderlijke vordering daartoe als bedoeld in artikel 36b, eerste lid onder 4o, Sr in verbinding met artikel 552f Sv.
De rechtbank stelt vast dat klager wordt verdacht van meerdere (zeer) ernstige verkeers-overtredingen. Er is sprake van recidive en klager is niet in het bezit van een rijbewijs. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de motor uit zal spreken. De rechtbank zal het klaagschrift gericht tegen het op grond van artikel 94 Sv Pro gelegde beslag ongegrond verklaren.

3.De beslissing

De rechtbank verklaart het klaagschrift ongegrond.
Deze beslissing is op 11 juli 2022 gegeven door mr. E.B. Prenger, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A.C.L.J. Luijten en mr. M.A.E. de Kroon, griffiers, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juli 2022.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).